‘sNederland en de wereld zijn in beweging. De roep om een toekomstbestendige samenleving klinkt luid. Dat vraagt om een nieuwe manier van samenwerken, met de SDG’s als gedeelde taal.

Door nationaal SDG-coördinator Sandra Pellegrom

Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Dat stelt een bekend Afrikaans spreekwoord. Het is vandaag relevanter dan ooit. Ingewikkelde problemen vragen om een samenhangende aanpak. Geen enkele organisatie of beweging kan langetermijnresultaten boeken zonder aandacht voor het bredere plaatje.

Dát we onze samenleving anders moeten gaan inrichten, lijkt duidelijk. Een veelheid aan organisaties en mensen – van NGO’s, burgerinitiatieven, sociale ondernemers, wetenschappers tot bedrijven – roepen om een versnelling van de omslag. De COVID-19-crisis maakt deze beweging nog zichtbaarder dan voorheen. Elke dag zie ik wel een oproep in de media tot een duurzaam en inclusief herstel na corona. Niet de minste personen en organisaties ondertekenen deze oproepen.

Elke dag zie ik wel een oproep in de media tot een duurzaam en inclusief herstel na corona. Niet de minste personen en organisaties ondertekenen deze oproepen.

Dit vraagt om samenwerking tussen mensen en organisaties die verschillende kennis en doelen hebben. Maar hoe ziet dat nieuwe samenwerken er dan precies uit? Dat is een flinke uitdaging voor zowel overheden als maatschappelijke organisaties. We zijn meestal in gespecialiseerde pijlers georganiseerd, met de gefragmenteerde budgetten die daarbij horen.

Kruisbestuivingen

Om op een nieuwe, betere manier samen te werken hebben we kruisbestuivingen nodig. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) maken duidelijk dat geen doel behaald kan worden zonder ook andere doelen te bereiken. Daarin schuilt de kracht van de 2030 Agenda.

De SDG’s stellen dat er geen gezonde mens en gezonde economie kunnen zijn zonder een gezonde planeet. Dat er geen vrede kan zijn zonder ontwikkeling. Geen duurzame welvaart zonder inclusiviteit. Voor elk van de zeventien doelen kunnen we met recht stellen dat ze een cruciale bijdrage leveren aan de andere doelen. Ook hebben doelen wanneer zij niet behaald worden een negatief effect op de andere doelen.

Gendergelijkheid (doel 5) is een mooi voorbeeld. We bereiken geen enkel van de andere zestien doelen als de helft van de wereldbevolking niet mee profiteert. Omgekeerd is gendergelijkheid niet mogelijk zonder een goed en inclusief onderwijs, gezondheidszorg, waardige banen, non-discriminatie en een gendersensitief klimaatbeleid.

Of bijvoorbeeld water (doel 6): zonder water geen voedsel, gezondheid, productie, biodiversiteit en geen leven. Toegang tot schoon water en sanitatie is essentieel om ziekten zoals COVID-19, maar ook armoede en ongelijkheid tegen te gaan.

Omgekeerd helpen duurzame consumptie en productie, kringlooplandbouw en klimaatactie om onze waterbronnen te beschermen.

Ook de SDG Allianties van SDG Nederland zijn goed op zoek naar samenwerking rondom verschillende SDG’s die elkaar positief kunnen beïnvloeden.

Combineren van disciplines

Echte transitie vraagt dus om een samenhangende aanpak. Dat is een kerngedachte achter de SDG’s. Maar tegelijkertijd ook één van de grootste uitdagingen. VN-rapporten en wetenschappers geven aan dat overheden worstelen met het meer integraal aanpakken van de doelen. Positief is de erkenning dat dit moeilijk, maar noodzakelijk is.

Gelukkig zijn er tekenen dat het ook mogelijk is. Zo zien we in het onderwijs steeds meer een thema-overstijgende aanpak. In februari was ik met mijn dochter bij de open dag van enkele hoger onderwijsinstellingen en verbaasde me over het grote aantal studies waarin elementen van verschillende disciplines gecombineerd worden om de grote maatschappelijke vraagstukken te bestuderen.

Ook op veel lagere en middelbare scholen werken lesgevers met projecten waarin vanuit alle vakken naar hetzelfde thema gekeken wordt. Dit geeft ons de professionals van morgen, die hun eigen expertise kunnen verbinden met die van anderen.

Maar dan hangt het er natuurlijk vanaf waar leerlingen en studenten na hun opleiding terecht komen. In het werkende leven zijn nog lang niet alle organisaties hierop ingericht. Wel is beweging te zien. Denk aan gemeenten die zichzelf herinrichten in opgavegerichte teams in plaats van thematisch afdelingen. Ook in het bedrijfsleven en binnen de Rijksoverheid wordt hierover nagedacht. Maar eerlijk is eerlijk: over de bestaande schotten heen werken is nog niet de norm, ook niet bij maatschappelijke bewegingen.

Polderen

Nederland is een land van vrijwilligers, maatschappelijk betrokken burgers, NGO’s, verenigingen en vele andere initiatieven om de maatschappij mooier te maken. Van oudsher zoeken we in het land van het ‘polderen’ de samenwerking op om als mondige burgers samen problemen op te lossen. De lange geschiedenis van de waterschappen is een mooi voorbeeld.  Nederland is een land waar stakeholders vaak betrokken worden bij bestuur. Bewegingen rond een centraal doel, zijn talrijk en vaak invloedrijk. Kijk naar maar de klimaatbeweging.

Van oudsher zoeken we in het land van het ‘polderen’ de samenwerking op om als mondige burgers samen problemen op te lossen.

Kortom, Nederland is het land van de publiek-private partnerschappen. Het is dan ook niet vreemd dat de SDG’s in Nederland al werden omarmd door een diverse groep van organisaties voordat ze goed en wel waren aangenomen. Zo is een prachtige, brede beweging ontstaan. Een beweging die een uitstekend platform biedt om de nieuwe maatschappelijke uitdagingen samen aan te pakken.

Samenwerking 2.0

Deze tijd van reflectie biedt de kans om onze samenwerking tegen het licht te houden en te verdiepen. Partnerschap is een kerngedachte in de 2030 Agenda. Het is duidelijk is dat geen enkele partij de ambitieuze doelen alleen kan halen en dat geen enkel doel in isolatie behaald zal worden. Iedereen heeft elkaar nodig om er te komen. Ook de coronacrisis maakt duidelijk hoe belangrijk gezamenlijkheid is: solidariteit, begrip voor elkaar en het probleem van verschillende kanten bezien maken ons weerbaarder.

De steun voor de SDG’s is groot, maar gebruiken we de hele agenda voldoende als kompas voor de activiteiten van elke organisatie? Komen we genoeg uit onze silo om elkaar te versterken? Om alle energie te bundelen tot een onomkeerbare beweging is ’Samenwerking 2.0’ nodig, een samenwerking waarbij we de handen ineenslaan voor de bredere agenda. Niet naast elkaar samenwerken, maar overstijgend met elkaar samenwerken om onze eigen doelen met die van anderen te verbinden.

Samenwerking 2.0 betekent de eenheid van de vijf P’s vertalen naar hoe we samenwerken: People, Planet, Prosperity, Peace bereiken in samenhang dankzij Partnerschappen. Het benoemen van dwarsverbanden leidt tot gezamenlijke inzet en innovatie. Zoals de klimaatbeweging en de vrouwenbeweging elkaar vinden in de roep om een klimaatbeleid dat de positie van vrouwen versterkt en niet benadeelt.

Ook partijen die aan hetzelfde doel werken kunnen de krachten bundelen. Om een machtige rivier te worden moeten vele stromen samenkomen. Ik ontmoet veel inspirerende mensen, gedreven organisaties en slimme initiatieven die de SDG’s dichterbij willen brengen. Als we al die krachten kunnen bundelen dan is er weinig dat we niet kunnen doen.

Volg Sandra op LinkedIn en Twitter om op de hoogte te blijven van haar werk richting het behalen van de SDG’s in Nederland.

Pin It on Pinterest