Het is zover! Het afwegingskader voor beleid, wet- en regelgeving van de overheid is aangepast aan de SDG-ambities. Bij maatschappelijke organisaties staat deze aanpassing bekend als de ‘SDG-toets’. Martine Rutten, Machiel van Stralen, Basim al Alousi en Jacomien Zevenbergen van de betrokken ministeries lichten toe hoe het gewijzigde kader tot stand is gekomen en hoe het bijdraagt aan meer samenhang in de uitvoering van de SDGs.

Nederland staat voor de grote opgave om de komende jaren te verduurzamen en om gelijkheid te bevorderen. Niet alleen nationaal zijn daarvoor afspraken gemaakt. Nederland heeft zich ook gecommitteerd aan VN-doelen op sociaal, economisch en ecologisch terrein: de Sustainable Development Goals (SDGs). Sindsdien zijn verschillende partijen in Nederland aan de slag gegaan, waaronder de overheid. Maar hoe check je als overheid of beleid daadwerkelijk bijdraagt aan de zeventien verschillende SDGs? En hoe voorkom je onbedoelde negatieve effecten?

Onder luide roep vanuit maatschappelijke organisaties vroeg de Tweede Kamer in 2016 om de invoering van een SDG-toets. Het kabinet, bij monde van Minister Kaag, stemde in om het bestaande toetsingskader van de overheid, het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (het IAK), aan te passen aan de SDGs, en niet een nieuwe toets in te voeren. Op onnodige bureaucratie zit niemand te wachten.

Contouren SDG-proof toetsingskader

Het kabinetsbesluit luidde dat het IAK zou worden aangevuld met twee onderwerpen die nog ontbraken en waar Nederland werk te doen heeft: het effect van voorstellen op gendergelijkheid (SDG 5) en op ontwikkelingslanden. Andere terreinen, zoals effecten op milieu en maatschappij, werden in het IAK al meegenomen. Daarnaast moest er aandacht komen voor de effecten van voorstellen op SDG-terreinen, en hoe ambtenaren het vernieuwde afwegingskader het beste in kunnen zetten. Alleen met informatie en handleidingen ben je er nog niet natuurlijk.

Effecten op SDGs zichtbaar

Allereerst wordt in de IAK-vraag die gaat over het formuleren van doelen (vraag 4), een relatie gelegd met het bereiken van de SDGs. In dit verband is het IAK ook uitgebreid met een informatiepagina over de SDGs, waarmee ambtenaren nieuwe voorstellen direct kunnen koppelen aan specifieke SDG-terreinen. Hierdoor worden effecten van voorstellen op de SDGs beter zichtbaar voor het parlement en het Nederlandse publiek. Beleidsmedewerkers bij het ministerie van Buitenlandse Zaken die zich dagelijks bezig houden met internationaal of ontwikkelingsbeleid, weten de VN-doelen wel te vinden. Dat is alleen minder vanzelfsprekend voor beleidsmedewerkers van andere ministeries die zich bezighouden met nationaal beleid. Ook is zichtbaar gemaakt wie bij ieder ministerie het aanspreekpunt (focal point) is voor de SDGs en ondersteuning kan bieden bij de uitwerking van voorstellen op SDG-terreinen.

Stappenplannen

Daarnaast zijn handleidingen toegevoegd voor effecten op gendergelijkheid, gericht op SDG 5, en effecten op ontwikkelingslanden, gericht op alle SDGs. Deze handleidingen zijn te vinden onder de IAK-vraag over het in kaart brengen van de gevolgen van nieuw beleid en regelgeving (vraag 7). Voor zowel het bereiken van gendergelijkheid als voor het behalen van de SDGs in ontwikkelingslanden, is het van belang dat je als beleidsmedewerker niet alleen denkt aan de voor de hand liggende beleidsterreinen, zoals emancipatiebeleid en ontwikkelingssamenwerking. Je moet ook rekening houden met andere beleidsterreinen, die indirecte – en soms aanzienlijke – gevolgen kunnen hebben. Samenhangend beleid is nodig.

Hoe geef je daar in de praktijk handen en voeten aan? Dat is nog best lastig. Beide handleidingen geven daarom concrete voorbeelden. Beleid tegen jeugdwerkloosheid kan bijvoorbeeld verschillend uitpakken voor jongens en meisjes, omdat zij voor andere sectoren/beroepen zijn opgeleid. Of als onder klimaatbeleid de inzet van duurzame biomassa wordt besproken, kan dit ook gevolgen hebben voor ontwikkelingslanden waar deze biomassa veelal vandaan komt. De handleiding voor ontwikkelingslanden geeft meer voorbeelden uit het actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling dat in 2016 is opgesteld en onlangs is herzien.

Interesse van buitenaf

Duitsland heeft een duurzaamheidstoets, gekoppeld aan de SDGs. Luxemburg overweegt de invoering van een zogenaamde ‘SDG-check’ (zie het OESO-rapport). In beide gevallen komen effecten op ontwikkelingslanden niet in zoveel detail terug. Andere landen, zoals België en Spanje, en organisaties, zoals de EU en de OESO, hebben Nederland al gevraagd om meer informatie over het aangepaste afwegingskader. De SDG-aanpassingen zullen daarom ook in het Engels beschikbaar worden gesteld.

En nu? Aan de slag!

Het vernieuwde IAK moet door iedere beleidsmedewerker en iedere wetgevingsjurist worden gebruikt bij het maken van nieuw beleid en nieuwe regelgeving. De aanpassing aan de SDG-ambities geeft nog meer reden om dit te doen. Bijdragen aan een betere wereld, wie wil dit niet? Ambtenaren gaan hier de komende tijd mee aan de slag, en staan er niet alleen voor. Het IAK benadrukt het belang van consultatie met maatschappelijke organisaties en de wetenschap. Die hebben veel ervaring en kennis die ambtenaren kan helpen om tot een betere afweging te komen, en dus tot beter beleid waardoor de SDGs weer een stapje dichterbij komen.

Foto SDGs: Global Festival of Action for Sustainable Development @ Flickr (CC BY-ND 2.0).

 

Over de auteurs

Martine Rutten is senior beleidsadviseur bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij werkt bij Bureau Internationale Samenwerking aan strategische beleidskwesties, waaronder de SDGs. Martine is aanspreekpunt (focal point) voor het thema beleidscoherentie voor ontwikkeling.
Machiel van Stralen is beleidsmedewerker bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij werkt bij de Directie Multilaterale Instellingen en Mensenrechten voor het SDG-team aan de uitvoering van de SDGs.
Basim al Alousi is beleidsmedewerker bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hij werkt bij de Directie Emancipatie en houdt zich bezig met gendergelijkheid en LHBTI-gelijkheid.
Jacomien Zevenbergen is senior adviseur bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zij werkt bij de sector juridische zaken en wetgevingsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken en houdt zich onder meer bezig met het IAK.

Van links naar rechts: Basim al Alousi, Jacomien Zevenbergen, Martine Rutten, Machiel van Stralen.

foto van de vier auteurs

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pin It on Pinterest