SDG 8: waardig werk en economische groei lijkt in eerste instantie een SDG voor over de grens. Vrouwen in India worden gestimuleerd zelfstandig aan de slag te gaan met een naaimachine. Boeren in ontwikkelingslanden krijgen toegang tot microkredieten om hun voedselproductie op te schalen. Ondertussen wordt aangenomen dat ontwikkelde economieën hun eigen werkveld en groei piekfijn geregeld hebben. Maar is dat niet een façade, als mensen op de werkvloer onder een loep liggen en steeds vaker instorten?

De protestbeweging van de gele hesjes (de les gilets jaunes) is nog maar een paar maanden oud. De verhoogde brandstofprijs in Frankrijk joeg de werkende bevolking, uit diverse sectoren, de straat op. Als protest tegen de grote machten der aarde, die de ‘normale man’ laat opdraaien en betalen voor een beter klimaat.

De protestbeweging waaide over naar andere landen, ook naar Nederland, met uiteenlopende economische redenen, waaronder bepaalde arbeidsomstandigheden.

Zorgsector

Neem de zorgsector in Nederland. Een mobiele verpleegkundige moet in een snelle zorgverlening op locatie meerdere functies tegelijk bekleden. Je bent niet alleen zorgverlener, maar ook administratief medewerker, ICT’er en verslaglegger (richting een manager). Dit alles voor één salaris en idealiter heb je geen 9-tot-5-mentaliteit.

Stichting IZZ, als ledencollectief van mensen in de zorg, geeft aan dat de mentale belasting hoog is binnen de zorgsector. Zo’n 14,5 procent binnen de zorgsector heeft burn-out klachten en 1 op de 20 zorgwerknemers doet een beroep op psychische zorg. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2017 en een rapport van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten 2018 blijkt daarnaast dat meldingen als overspannenheid en burn-out als beroepsziekte een forse stijging met 42% kent sinds 2012. Hoe ‘eerlijk’ is ‘eerlijk werk’ als meerdere grote taken van één mens worden verwacht met één vastgesteld salaris binnen een strak urenpatroon?

Onderwijs

14,5 procent in de zorgsector lijkt hoog, maar het onderwijs spant de kroon met 21,3 procent aan burn-out meldingen, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 2014. Protesten en stakingen in deze sector zijn een actueel feit en kennen voorlopig nog geen eind waarschijnlijk. Er wordt gesteld dat het onderwijs mensen opbrandt.

Vaak gaat het niet om het lesgeven zelf, want hiervoor wordt bewust gekozen, de zware belasting zit ‘m in de taakeisen die erbij komen. Die taakeisen zijn overigens politiek gevoelig, want een nieuwe minister betekent vaak een nieuwe aanpak. De extra uren en eisen zitten ‘m in de uren ná het lesgeven. Dit gaat door tot in de late uren en niet zelden het weekend. En, als er een leerling is die extra begeleiding of aandacht nodig heeft, moet hiervoor een stappenplan of een handelingsplan geschreven worden. Het 10-minutengesprek met ouders loopt trouwens vaak uit.

Een praktijksituatie die wordt bevestigd door voormalig staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In zijn brief van 20 juni 2017 laat hij weten dat leraren het lastig vinden om met ouders in gesprek te gaan, die steeds vaker kritisch(er) zijn. Hij noemt de situatie zorgwekkend. De groei aan ‘strijdvaardige’ ouders blijkt uit cijfers van rechtsbijstandverzekeringen, waarbij ARAG honderden onderwijsdossiers in behandeling heeft en DAS een toename ziet van ruim 10 procent in onderwijszaken. De druk is hoog in het onderwijs.

Blinde vlek

Een economie groeit niet in balans als er een progressieve lijn is aan mentale klachten en uitval van werknemers, die te maken hebben met hoge prestatiedruk (zoals dus in de zorg en het onderwijs). Het ‘oneerlijke werk’ is in Nederland, is niet altijd zichtbaar en kan als blinde vlek worden gezien.

Zo is er in talloze bedrijven geen sprake van een collectieve arbeidsovereenkomst bijvoorbeeld. Dit is overigens niet het geval bij de sector zorg en onderwijs. Hier geldt een ruime cao. Desondanks, een cao is niet verplicht in Nederland. Voor een branche kan een cao algemeen bindend verklaard worden door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar legio bedrijven hebben aan een personeelshandboek of -regeling voldoende.

Als er wordt getekend voor een 40-uur contract en er worden feitelijk 60 tot 70 uren gewerkt per week, wordt dit niet gezien als overwerk aangezien de cao er niet in voorziet of er is hiërarchisch geen schriftelijke opdracht. De uren in de file, een project afmaken en het uitwerken van rapporten thuis, in avonduren en weekenden, zijn in de praktijk nagenoeg altijd voor rekening van de werknemer. Ondernemers en investeerders hebben hier baat bij en floreren. Het is een onzichtbare lichte vorm van uitbuiting die in de volksmond als loonslaaf wordt betiteld.

Deze blinde vlek met psychische en burn-out klachten van mensen die meer tijd investeren in hun werk dan aanvankelijk was afgesproken bij het contract, aangevuld met actuele praktijksituaties in de zorgsector en het onderwijs, maakt SDG 8 in Nederland fragiel. We verkeren in de veronderstelling dat deze Global Goal uit de Agenda 2030 voor eerlijk werk en economische groei op orde is in Nederland, maar dat blijkt bij nader inzien een schijnvertoning met onprettige werksituaties en een stijgende lijn in psychische klachten en burn-out.

Foto: Pixabay.

 

Claudia Koole (1971) schreef het handboek Global Goals in de praktijk, om bewustwording rondom SDGs te vergroten. Ze volgde onder andere onderzoeksjournalistiek IRJ aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen en is lid van Vereniging van Onderzoeksjournalisten en de Nederlandse Vereniging van de Verenigde Naties. Sinds 2008 steunt Koole het Earth Charter. Verder schrijft ze als correspondent voor een weekkrant en andere media vanuit constructieve storytelling.

Pin It on Pinterest