Ik ben de trotse eigenaar van Veja’s: de ‘duurzame sneaker’. Veja is een van de weinige merken die volledig transparant zijn over hun producten: herkomst, arbeidskracht en prijsopbouw. Wat leren we daar als consument van?

Mijn Franse vriendin Sarah liet me kennismaken met het Franse merk Veja. Met licht nationalistische trots omschreef ze het merk als super sustainable en ontzettend fair. Een jaar later struinde ik op de website van Veja, op zoek naar nieuwe sneakers. Zonder echt in de kenmerken ervan te duiken, kocht ik een mooi paar: retro wit met donkerrode V. Vaak vallen duurzame merken wat duurder uit, maar dat is bij Veja niet het geval. De sneakers zijn qua prijs vergelijkbaar met het gemiddelde paar Nikes.

Veja blijkt koploper te zijn in de transparantie van hun productieproces. Vorige maand is de nieuwe website gelanceerd, waar je in negen ‘hoofdstukken’ elk onderdeel – van zool tot veter – van het productieproces tot in detail kan lezen. Zelfs de contracten met fabrieksmedewerkers en de salarissen van de oprichters zijn in te zien. De insteek is duidelijk: volledige transparantie. Veja claimt de productie van hun schoenen even belangrijk te vinden als de schoen zelf. “Daar gaat ons project om. Ons productieproces dient als voorbeeld hoe wij de wereld willen zien.” Toch riep deze overmaat aan informatie een paar vragen bij me op.

Overconsumptie

Een schoenenmerk heeft als kerntaak de verkoop van schoenen. Iets dat per definitie niet duurzaam is: elke schoen heeft immers een voetafdruk, hoe verantwoord het ding ook gemaakt moge zijn. En: hebben we niet al meer dan genoeg schoenen?

Veja lijkt zich hiervan bewust te zijn. Ik spreek met Marine Betrancourt, woordvoerder van Veja. Betrancourt: “We werken daarom niet met een voorraad. Pas wanneer een bestelling is afgerond, wordt een schoen in elkaar gezet. Zo zijn er geen onnodige overschotten die aan het eind van een seizoen overblijven. Ook gaan veel modellen meerdere seizoenen mee.” Verder dan dit gaat Veja niet om overconsumptie tegen te gaan. Volgens Betrancourt is dit ook niet het belangrijkste thema voor de klanten. Ze stelt dat de meeste mensen hun schoenen eerder kopen vanwege het design, dan vanwege de eerlijke, duurzame productie.

Rubber

Terwijl ik door de website van Veja blader, kom ik van alles te weten. Onverwacht krijg een lesje rubberproductie. Er bestaan twee soorten natuurrubber: wild rubber en rubber van plantages. Dat laatste is enorm vervuilend: hele stukken bos moeten in Azië plaatsmaken voor rubberplantages. Deze vorm van monoteelt put de bodem uit, wat leidt tot bodemdegradatie. De andere productievorm, met wild rubber, is vele male duurzamer. Veja gebruikt wild rubber.

In de Amazone in Brazilië zijn veel wilde rubberbomen te vinden. Die groeien niet kaarsrecht naast elkaar uitgelijnd, maar staan verspreid door het tropisch regenwoud. Doordat Veja grote gebieden claimt voor de rubberoogst, worden die delen van de Amanzone beschermd tegen houtkap. Vervolgens worden de wilde rubberbomen niet omgezaagd om rubber te winnen, maar via sneden in de schors getapt. Zo blijft de biodiversiteit intact.

Veertig tot zestig procent van de zolen bestaat uit dit type rubber. Waarom niet een hoger percentage?, vroeg ik Betrancourt. “Naast rubber bestaan de zolen uit olie en chemicaliën; zodat de zool flexibel blijft en nog belangrijker: om ervoor te zorgen dat je niet aan de grond blijft plakken.” Ze vertelt dat Veja werkt aan duurzamere opties voor dit deel van de productie. “Wild rubber is moeilijk te verwerken, daarom gebruiken we het tot dusver alleen in de zolen.”

Leer en katoen

Een kwart van Veja-sneakers is vegan. De bovenkant van de meeste van hun schoenen bestaat uitsluitend uit katoen, maar er zijn ook een paar modellen met synthetisch leer. Betrancourt vertelt dat Veja ook dat wil veranderen: “Hoe meer omzet we maken, hoe meer geld er naar onderzoek kan gaan. Dit onderzoek is cruciaal om onze materialen en productiemethoden te verduurzamen.” In de tussentijd letten ze goed op dat het leer niet afkomstig is van vee dat op ontbost gebied graast.

Ook bij de katoenproductie laat Veja zien te streven naar totale transparantie. Het gebruikte katoen is organisch en op de nieuwe site kun je precies nalezen waar die plantages liggen. Het hele productieproces speelt zich in Brazilië af, met locaties door het hele land. Ook alle contracten met de boeren en de fabrieken waar de katoen wordt verwerkt, zijn te downloaden op de website.

 

Foto: Fleur van Munster

Fairtrade

Sinds 2013 heeft Veja geen Fairtrade label meer. Volgens het merk lag dit niet aan de gedachte achter Fairtrade – eerlijke handel –, maar aan de kosten voor het label. Die komen met 25.000 euro neer op ruim 30 procent van de totale katoenkosten. “Voor een kleine onderneming is het niet altijd rendabel om het label aan te schaffen, zeker niet als eerlijke handel en productie al een van de kernwaarden achter je merk is.”

Onder het motto cut out the middle man worden alle materialen rechtstreeks bij de producenten ingekocht. Hiervoor zijn jaarcontracten opgesteld met vooraf afgesproken prijzen, die boven de marktwaarde liggen.

Ik vroeg Betrancourt hoe de Fairtrade standaard nu wordt gewaarborgd. “We werken aan het opzetten van eigen indicatoren en zijn bovendien bezig met het verwerven van een B-corp label.” Dit label is voor bedrijven die een positieve impact willen hebben op sociale omstandigheden en het milieu. Naar verwachting kan Veja makkelijk voldoen aan de B-corp standaard.

Advies

Ik vraag haar of ze tips heeft voor andere bedrijven in de industrie om hun eigen transparantie te bevorderen. Ga terug naar de basis, antwoordt Betrancourt: “Ga het veld in en bouw echte relaties op met iedereen die een rol speelt in je keten, van de ruwe materialen tot de fabrieksmedewerkers.”

Ik verplicht niemand om achter alle details van alle producten aan de gaan, maar ik kan het zeker aanraden. Bedrijven als Veja laten met hun transparante aanpak zien hoe complex een productieproces eigenlijk is, en wat er bij veel gevestigde merken mis kan gaan. Ik heb zelf geen Nikes, maar weet zeker dat Veja’s met al deze kennis in mijn achterhoofd een stuk lekkerder lopen.

 

Foto’s: Fleur van Munster

Pin It on Pinterest