San Lie nam op 1 oktober het stokje over van Herman Mulder als voorzitter van SDG Nederland. In aanloop naar zijn nieuwe rol spraken we hem uitgebreid over Gordon Gekko, de SDG’s en brede welvaart, en waarom luisteren voorop staat.
In 1987 komt de film Wall Street uit met Gordon Gekko en zijn credo ‘greed is good’. San is dan zestien jaar oud. Hetzelfde jaar verschijnt het Brundtland-rapport Our Common Future. Twee visies op geld die een grote indruk op San maken. “Ik heb dat jaar de film gezien en het rapport gelezen”, vertelt hij. “Wall Street liet zien hoe geld een kracht ten kwade kan zijn. Het Brundtlandrapport liet juist zien dat geld ook een positieve rol kan spelen. Dat was voor mij echt bepalend. Ik dacht: als ik economie ga studeren, kan ik misschien bijdragen aan het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken als armoede en werkloosheid.”
Die overtuiging liep als een rode draad door zijn loopbaan. Inmiddels werkt hij zo’n dertig jaar in de financiële sector, de laatste vier jaar als CEO van ASN Impact Investors. “Ik heb altijd geprobeerd om het geld en de economie de goede kant op te sturen. Geld kan en moet een positieve impact hebben op de grote maatschappelijke vraagstukken waar we voor staan. Vanuit die geschiedenis voelt mijn rol als voorzitter van SDG Nederland als een heel logische stap.”
Geen favoriete SDG
Ook de Sustainable Development Goals zijn voor hem niet nieuw. Tijdens zijn studie liep hij in 1996 stage bij de Verenigde Naties in New York, bij de afdeling Political Coordination and Sustainable Development. Later speelde de SDG-agenda een rol in zijn werk als duurzaam belegger.
Hij moet lachen om de vraag ‘of hij ook een favoriete SDG heeft’ maar kiest er voor om er juist geen uit te kiezen: “Ik zie de 17 doelen echt als één geheel. Uiteindelijk gaat het om brede welvaart en welzijn. Of het nu gaat om armoede, voedsel, onderwijs of klimaat: die onderwerpen hangen met elkaar samen.”
Juist die relatie tussen de SDG’s en brede welvaart vindt hij interessant. Volgens San kunnen de twee agenda’s elkaar versterken, in plaats van los naast elkaar te bestaan. De SDG’s bieden daarbij volgens hem een belangrijke gemeenschappelijke taal. “Op internationaal niveau zie je al hoe waardevol dat is. Landen kunnen met dezelfde indicatoren en definities hun voortgang bespreken en vergelijken. Dat maakt samenwerking makkelijker.”
Tegelijkertijd ziet hij een risico wanneer internationale doelen te weinig naar de Nederlandse context worden vertaald. Nederland kan bijvoorbeeld goed scoren op een indicator voor extreme armoede, terwijl armoede en ongelijkheid hier nog steeds grote vraagstukken zijn. “Je kunt niet simpelweg zeggen: we hebben het gehaald omdat we op een internationale indicator goed scoren. Je moet ook kijken naar de lokale situatie.”
Tijdens SDG Action Day Gamechangers gaf voorzitter Herman Mulder het stokje letterlijk door aan San Lie (bron foto: Roos Trommelen)
Van bewustwording naar verankering
Maar hoe gaat San de internationale ervaring die hij meebrengt, inzetten voor een organisatie die nadrukkelijk in Nederland opereert? “Mijn roots liggen hier en het grootste deel van mijn loopbaan ook. Maar door mijn internationale ervaring en netwerk kan ik ideeën en goede voorbeelden meenemen. Tegelijkertijd heeft Nederland zelf natuurlijk invloed op de rest van de wereld. Ook dat moeten we blijven zien en meenemen.”
Voor San ligt de kracht van SDG Nederland vooral in de rol als onafhankelijke netwerkorganisatie. De maatschappelijke uitdagingen zijn volgens hem simpelweg te groot om door één partij te worden opgelost. “Het is niet alleen de overheid, niet alleen het bedrijfsleven en ook niet alleen het maatschappelijk middenveld. Zelfs SDG Nederland kan het niet alleen. Onze kracht zit juist in het verbinden van al die sectoren; overheid, bedrijfsleven, wetenschap en maatschappelijke organisaties.”
Daarin ziet hij ook een belangrijke volgende stap voor de stichting. “Er is de afgelopen jaren enorm veel gedaan aan bewustwording. Nu moeten we veel meer naar implementatie en verankering. Hoe zorgen we ervoor dat partijen niet alleen weten wat er moet gebeuren, maar elkaar ook daadwerkelijk vinden en samen in beweging komen?”
Het netwerk van SDG Nederland biedt daarvoor volgens hem een bijzondere uitgangspositie. Met zo’n 1600 organisaties is er al een brede basis. De uitdaging is om die organisaties nog meer met elkaar te laten samenwerken.
Post-2030: jongeren en AI
Als San één thema nadrukkelijk naar voren schuift voor de komende jaren, zijn het jongeren. “Mijn generatie heeft een deel van de problemen gecreëerd, maar jongeren zijn degenen die met de gevolgen leven. Bij iedere school zou wat mij betreft het SDG-logo aan de deur mogen hangen.”
Jongeren zitten inmiddels steeds vaker aan tafel, constateert hij. “De volgende stap is ervoor zorgen dat hun inbreng daadwerkelijk wordt meegenomen. Ze mogen tegenwoordig overal meepraten. Nu moeten we zorgen dat ze ook echt iets mogen zeggen en dat er iets met hun inbreng wordt gedaan.”
Een ander thema dat volgens hem nadrukkelijker op de agenda moet komen, is kunstmatige intelligentie. “AI zal grote maatschappelijke gevolgen hebben, zowel positief als negatief. Daar moet meer governance omheen komen. Ik denk dat AI de komende jaren op internationaal niveau én in Nederland een belangrijke factor wordt.”
Ook hier ziet hij vooral een rol voor SDG Nederland als verbinder. ‘We hoeven zelf niet de experts op het gebied van AI en duurzaamheid te worden. Als we die kennis niet in huis hebben, is dat niet erg. We zijn een netwerk. Dan kunnen we juist de partijen bij elkaar brengen die die kennis wél hebben.’
Samen uit de polarisatie
Hij wil duurzaamheid bovendien uit het politieke frame van links versus rechts halen. “De klimaatcrisis raakt ons allemaal, of je nu in Wassenaar woont of in de Schilderswijk. Ik hoop dat we duurzaamheid uit het politieke krakeel kunnen halen en weer kunnen zien als iets wat ons allemaal aangaat.”
Dat gesprek legt ook een spanning bloot. Duurzaamheid is op de lange termijn goedkoper, maar wie aan het eind van de maand de eindjes aan elkaar moet knopen, heeft weinig aan dat argument. “Iedereen moet zich in kunnen zetten naar eigen mogelijkheden. We gaan geen perfectie eisen, want wie elkaar veroordeelt op inconsequent gedrag, schuift het gesprek van tafel. We willen uiteindelijk allemaal een betere wereld. We zien alleen te weinig van elkaar dat we aan dezelfde kant staan.”
Die samenwerking wordt de komende jaren extra belangrijk. De deadline van 2030 komt dichterbij en de discussie over wat daarna komt, begint al. “We weten dat we de doelen waarschijnlijk niet allemaal gaan halen. Dat is jammer. Maar je moet dan ook kijken: wat hebben we geleerd en wat hebben we wél bereikt? Als je kunt aantonen dat beleid en samenwerking dankzij de SDG’s levens hebben verbeterd of gered, dan is dat óók resultaat.”
Op 1 oktober is San Lie officieel aan de slag als voorzitter. In zijn eigen woorden aan het einde van het gesprek: hij heeft er onwijs veel zin in.