SDG 11 Alliantie – Duurzame Steden en Gemeenschappen

Alliantiecoördinator SDG 11
Annemarie van Doorn
Communicatie@dgbc.nl

1. Wie zijn we

Stichting Dutch Green Building Council (DGBC) is de landelijke maatschappelijke organisatie die zich inzet om de gebouwde omgeving in hoog tempo te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. De gebouwde omgeving heeft een cruciale rol in het oplossen van de klimaatcrisis en draagt in hoge mate bij aan de gezondheid en het welzijn van mensen. Samen met onze achterban (bijna 400 organisaties) vormen we momenteel de grootste en meest brede beweging voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving in Nederland. Dit zijn banken, taxateurs, beleggers, bouwers, adviseurs, architecten, ontwikkelaars, toeleveranciers, woningcorporaties en gemeenten, maar ook de zogenaamde eindgebruikers van gebouwen zoals bijvoorbeeld NS en Ahold. Klik hier voor een overzicht: https://www.dgbc.nl/partner. Deze partijen willen verduurzamen en vormen de voorhoede van de transitie naar een duurzame gebouwde omgeving. Gezamenlijk kunnen zij al een behoorlijk deel van de opgave invullen.

We zijn in 2008 opgericht op initiatief van de markt en zijn onderdeel van de World Green Building Council. We werken samen met een netwerk van 100 Green Building Councils wereldwijd.

2. Waar staan we

CO2-reduceren: energie besparen in gebouwen

Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 40 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Een enorme belasting voor het klimaat. Dat zit onder andere in het energiegebruik: de CO2-uitstoot die gepaard gaat met het verwarmen, koelen en verlichten van al die gebouwen. Maar denk ook aan de CO2-uitstoot die gepaard gaat met het gebruik van bouwmaterialen:

Er ligt een grote verantwoordelijkheid voor de sector om gebouwen en gebieden in Nederland sneller en grondiger te verduurzamen dan momenteel het geval is.

Het klimaatakkoord van Parijs was voor DGBC een van de aanleidingen om een breed gedragen Deltaplan te ontwikkelen dat uiteenzet hoe de gebouwde omgeving in Nederland te verduurzamen en aan de klimaatdoelstellingen van Parijs te voldoen.

Een concrete doelstelling is hierin van groot belang. Daarom introduceerde DGBC de term ‘Paris Proof’. Paris Proof betekent dat het energiegebruik van een gebouw met twee derde omlaag moet ten opzichte van het huidige gemiddelde om de CO2 uitstoot van gebouwen drastisch te verminderen. De energie die nog wordt gebruikt, komt van duurzame energiebronnen. Dit betekent dat een gebouw een maximaal aantal kWh per vierkante meter per jaar mag gebruiken, voor een kantoor komt dit bijvoorbeeld neer op maximaal 70kWh per vierkante meter.

Bij Paris Proof gaat het dus om het werkelijk gebruik op de meter en daarmee om de werkelijke CO2 uitstoot. Het geeft een helder inzicht waar je staat en wat nog gedaan moet worden om aan de klimaatdoelstelling van Parijs te voldoen. Wat we al wel weten is dat er veel gebouwen ingrijpend moeten worden gerenoveerd om energiezuiniger te worden en ook dat veel partijen in Nederland deze doelstelling onderschrijven. 

CO2-redcuceren: materialen en bouwproces

Naast energiereductie in gebouwen, moeten we ook werken aan het terugdringen van de CO2-uitstoot die bouwmaterialen en het bouwproces veroorzaken, zowel bij renovatie als nieuwbouw. De bouwindustrie produceert momenteel zo’n 11 procent van de CO2-uitstoot in Nederland. Dat is al jaren zo, en zelfs de coronacrisis heeft daar geen positieve wending aan gegeven. We zullen dus niet alleen energie moeten besparen, maar de hele bouwketen zal mee moeten verduurzamen. Van CO2-neutrale gebouwen naar CO2-neutrale productie, bouw en sloop/hergebruik!

Deze zogenaamde ‘embodied carbon’, is nu nog een blinde vlek in het aanpakken van CO2-uitstoot. DGBC werkt aan het vaststellen van een CO2 budget waar zowel marktpartijen en inmiddels ook de overheid zich aan verbinden. Dit programma wordt ook in andere Europese landen uitgerold

Klimaatadaptatie

Naast het voorkomen van klimaatverandering moeten we als Nederland voorbereid zijn op het veranderende klimaat: van piekbuien, overstromingen tot droogte. We zullen in rap tempo werk moeten maken van het aanpassen van de gebouwde omgeving aan het reeds veranderende klimaat.

DGBC wil stimuleren dat, naast overheden, ook private partijen in actie komen om steden klimaatrobuust te maken. Via lokale klimaatstresstesten maken overheden periodiek duidelijk welke gebieden het meest kwetsbaar zijn voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming. Op die plekken is actie nodig, zowel op publiek als privaat terrein

Gezonde mensen in gezonde gebouwen in een gezonde omgeving

De wereldwijde coronapandemie heeft het thema gezondheid prominent op de agenda gezet. Gezondheid in gebouwen gaat over onder andere de bouwkwaliteit, maar ook andere factoren zijn medebepalend voor hoe prettig en gezond we ons voelen. Ons welbevinden wordt direct en indirect beïnvloed door de gebouwde omgeving.

Ook ‘groen’ en de inrichting van de openbare ruimte, betaalbaarheid en bijvoorbeeld de diversiteit aan lokale voorzieningen hebben veel invloed op het welzijn van mensen. De mens centraal en sociale duurzaamheid zijn dan ook onderwerpen die steeds vaker ter tafel komen als het gaat om de integrale kijk op verduurzaming die DGBC met haar partners uitwerkt

Biodiversiteit en ecosystemen

De ecologische footprint van de gebouwde omgeving heeft zowel lokaal als mondiaal impact op biodiversiteit en ecosystemen. Idealiter zou de gebouwde omgeving een positieve bijdrage moeten leveren aan biodiversiteit en ecologie op alle schaalniveaus. Dat is nu bepaald niet het geval. Sinds de industriele revolutie hebben we als een olifant in de porseleinkast huisgehouden. Bij industrialisatie en innovatie in de bouw hebben biodiversiteit en ecologie niet de aandacht gekregen die nodig was. Door de bouw van steden en infrastructuur werd natuur verdrongen en doorsneden. De urgentie is groot om de mondiale draagkracht van het ecosysteem niet verder aan te tasten, en de grondstoffen die we verbruiken efficienter in te zetten en te reduceren. Het is de hoogste tijd om de ‘planetaire grenzen’ te erkennen en daar naar te gaan handelen.

Door de stikstofcrisis (in feite een juridische noodrem om biodiversiteit te beschermen) werd de bouwsector in 2019 met de neus op de feiten gedrukt. Veel bouwprojecten komen sindsdien in de problemen omdat ze qua stikstofdepositie niet de vereiste norm halen. Door radicaal anders (namelijk emissievrij) te bouwen kan de bouwsector zelf heel veel aan dit probleem doen.

3. Waar willen we heen

CO2-reductie (Paris Proof)

Alle gebouwen en gebieden in Nederland zijn in 2040 Paris Proof. Dit betekent dat gebouwen in 2040 geen CO2 meer uitstoten.  

Circulariteit

De milieu-impact van de bouwsector in Nederland is 50% lager in 2030 ten opzichte van 2020, waarbij grondstoffen maximaal worden hergebruikt.

Klimaatadaptatie

We streven ernaar dat alle nieuwe gebouwen en gebiedsontwikkelingen in 2023 klimaatadaptief worden gebouwd.  Voor alle bestaande gebouwen en gebieden worden de komende jaren tot 2040 klimaatadaptieve maatregelen genomen.

Gezondheid

Gezondheid en welbevinden in gebouwen en gebieden is een belangrijke randvoorwaarde, zowel bij nieuwbouw als bestaande bouw. DIt betekent dat we ten alle tijden met het verduurzamen van de gebouwde omgeving, die een positieve bijdrage leveren aan het verbeteren van gezondheid en welzijn van bewoners en gebruikers.

Biodiversiteit

In 2030 heeft Nederland een verdubbeling van het aantal groene en biodiverse vierkante meters.  Biodiversiteit is een belangrijk onderdeel van onze tools en instrumenten.

4. Hoe komen we daar

HOLISTISCH EN INTEGRAAL

 We ontwikkelen kennis en handelingsperspectief aan de hand van een aantal centrale thema’s. Hierbij zetten we in op een integrale aanpak voor een duurzame gebouwde omgeving, waarbij:

  • we voorkomen dat we de aarde op gebruiken/schade aandoen;
  • we inspelen op de gevolgen van de al ontstane schade/ klimaatverandering;
  • op een manier waarmee we positieve sociale impact hebben en biodiversiteit stimuleren en beschermen.

De kennis die wordt ontwikkeld binnen thematische werkgroepen, komt onder andere samen in het instrument BREEAM. Met het instrument krijg je inzicht in de werkelijke duurzaamheidsprestatie van je gebouw of jouw gebied. Niet alleen op het gebied van energie, maar in de volle breedte. Op die manier werk je zichtbaar en meetbaar aan het behalen van de duurzaamheidsambities van je organisatie. Per onderwerp hebben wij een programma met een concrete stip aan de horizon.

CO2-REDUCTIE

Een duidelijke stip aan de horizon: het werkelijke energiegebruik

DGBC heeft berekend wanneer een gebouw voldoet aan de Parijse klimaatdoelstellingen. We noemen dat Paris Proof. Concreet betekent dit dat een gebouw een maximaal aantal kWh per vierkante meter per jaar mag gebruiken. Daarbij houden we rekening met hoeveel energie er duurzaam kan worden opgewekt. En met het huidige gemiddelde energiegebruik per gebouwtype. Het komt erop neer dat in gebouwen twee derde energie moet worden bespaard ten opzichte van het huidige gemiddelde gebruik. De gebouwde omgeving is daarmee dus CO2-neutraal.

Voldoende handelingsperspectief

De stip is helder. Maar hoe komen we daar? Met praktische routekaarten en beslisbomen bieden we handelingsperspectief. Onze aanpak stemmen we goed af met bestaande rapportage- en certificeringsmethodes zoals BREEAM en GRESB.

Praktijkvoorbeelden in de spotlights

Via de website en andere kanalen toont DGBC de beste voorbeelden en businesscases uit de praktijk. Op die manier stimuleren we de sector om sterke voorbeelden en werkwijzen te volgen.

Meer samenwerking

We stimuleren samenwerking tussen partijen in de bouw- en vastgoedsector. Samen met meer dan 100 marktpartijen werken we aan het versnellen van de CO2-reductie in de gebouwde omgeving.

Daarnaast slaan we een brug naar andere sectoren, zoals de energiesector en de publieke sector. Samen met kennis- en ketenpartners werken we aan het verbeteren van het kennisniveau over duurzaam bouwen en daarmee de kwaliteit van de gebouwde omgeving.

Commitment

Verschillende marktpartijen hebben het zogenoemde Paris Proof Commitment ondertekend en verbinden zich daarmee aan de ambitieuze doelstelling het energieverbruik met twee derde te verlagen. En daarmee ook de daarbijhorende CO₂-emissies terug te brengen.

Welke randvoorwaarden zijn nodig?

Een normering op werkelijk gebruik

Het huidige energielabel is een goede eerste stap om inzicht te krijgen in de duurzaamheid van gebouwen. Energielabels meten echter niet het werkelijke energiegebruik. Een volgende stap is daarom nodig: een normering die het daadwerkelijke energiegebruik meet van zowel de gebruiker als van de eigenaar. Dit geeft een zuiver inzicht in de gebouwprestaties.

Vrijstelling van bestaande regelgeving

Door te sturen op werkelijk gebruik wordt het eenvoudiger om te sturen op de meest efficiënte maatregelen in een gebouw. En de overheid kan op deze manier beter handhaven en monitoren of de klimaatdoelen worden gehaald. Voor gebouwen die al een aantoonbaar laag energiegebruik hebben, is het belangrijk dat deze worden vrijgesteld van bestaande regelgeving die op de theoretische energieprestatie is gebaseerd.

CIRCULARITEIT

Circulariteit concreet en meetbaar maken voor de gehele bouwsector
We ontwikkelen indicatoren voor circulariteit in de gebouwde omgeving. Op deze manier maken we circulariteit voor de gehele bouw- en vastgoedsector concreet en meetbaar. Deze indicatoren worden zo veel mogelijk opgenomen in bestaande duurzaamheidsinstrumenten zoals BREEAM.

Focus op hergebruik grondstoffen en circulariteit

Door aandacht te vestigen op bijvoorbeeld flexibel bouwen en losmaakbaarheid stimuleren we hergebruik van materialen en grondstoffen in de gebouwde omgeving. Daarbovenop sporen we partijen in de markt aan om transparant te zijn over hoe zij circulair bouwen in de praktijk toepassen. Dat maakt meten en vergelijken eenvoudiger.

Roadmap CO2-redcuceren: materialen en bouwproces

Naast CO2-doelstellingen (Paris Proof) voor oa het verwarmen, koelen en verlichten van gebouwen, werken we toe naar het concretiseren van CO2-doelstellingen voor de productie, bouw en sloop van de gebouwen. Dit doen we samen met verschillende Europese Green Building Councils

Aanjagen van transitie naar een circulaire bouweconomie
Er is een transitie nodig naar een nieuw economisch model: de lineaire bouweconomie maakt plaats voor een circulaire bouweconomie. Deze transitie jagen we aan door enerzijds de businesscase te laten zien en anderzijds de juridische barrières te agenderen.

Circulaire koplopers verbinden

De koplopers in de sector brengen we bij elkaar via een werkprogramma circulariteit. Koplopers zijn in staat om met inspirerende voorbeelden de gehele vastgoedsector te mobiliseren. Ook delen zij kennis en zwengelen discussies aan met overheid en andere marktpartijen.

Welke randvoorwaarden zijn nodig?

Duidelijke wettelijke kaders

De overheid kan duidelijke kaders stellen om een circulaire bouweconomie te stimuleren. Zo moet niet langer alleen maar loon worden belast, maar is het ook nodig om materiaal, grondstof en CO2-impact te belasten.

Eenduidige methodiek voor circulariteit

Het helpt de bouw- en vastgoedsector als een eenduidige methodiek voor circulariteit in de gebouwde omgeving wordt aangereikt. De overheid kan ervoor zorgen dat deze methodiek breed wordt toegepast.

KLIMAATADAPTATIE

Ontwikkeling van raamwerk voor klimaatadaptieve gebouwen

Nieuwe klimaatadaptieve gebouwen blijven gedurende de gehele levensduur goed functioneren. Gebruikers verblijven er prettig, in de nabijheid van groen. Voor bestaande gebouwen wordt via een raamwerk klimaatadaptieve gebouwen inzichtelijk gemaakt welke klimaatrisico’s er bestaan. En hoe hierop te acteren. Een eenduidige taal hiervoor ontbreekt nu op gebouwniveau. Deze meetlat is niet alleen belangrijk voor gebruikers van gebouwen, maar ook voor investeerders, overheden en verzekeraars.

Gebiedsbrede visie op klimaatadaptatie
Klimaatadaptief ontwikkelen gebeurt niet alleen op gebouwniveau, maar juist ook op gebiedsniveau. Door te werken aan een gebiedsbrede visie op klimaatadaptatie wordt duidelijk waar wel en waar vooral niet moet worden gebouwd. Ook krijgt de groene omgeving rond een gebouw de aandacht die nodig is. Deze gebiedsbrede visie op adaptatie wordt in aanbestedingen verwerkt.

Stimuleren van natuurontwikkeling in stedelijk gebied

Steden kampen met problemen als droogte, hittestress en wateroverlast. Natuurontwikkeling in stedelijk gebied is daarom prioriteit. We stimuleren vergroening van de bestaande stad. Daarnaast moet worden geïnvesteerd in productiebossen en natte natuur.

Vooruit durven kijken

Klimaatomstandigheden maken dat gebouwde omgeving in sommige delen van de wereld weer moet worden teruggegeven aan de natuur. In Nederland willen we het nadenken over de langere termijn op de agenda zetten en vertalen naar de keuzes die we nu maken. Vanuit dit perspectief ontwikkelen we voor riskante regio’s een exit-strategie die uitgaat van het oogsten van bestaande gebouwen die niet goed functioneren.

Welke randvoorwaarden zijn nodig?

Een rijksbrede visie

Een rijksbrede visie op ruimtelijke ordening is nodig om duidelijk te krijgen waar nog wel en waar juist niet gebouwd kan worden. Vooruitlopend op overheidsbeleid gaan we op zoek naar prikkels die het maken van duurzame keuzes voor de lange termijn nu al kunnen belonen. De nieuwe klimaatscenario’s zullen deze discussie een impuls geven.

GEZONDHEID

Harde en zachte kanten van gezondheid in balans brengen
Gebouwen voldoen aan de harde gezondheidseisen voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit, daglichttoetreding en thermisch comfort. Daarnaast vragen we aandacht voor de zachtere kant van gezondheid in gebouwen. Zo is de aanwezigheid van groen van invloed op onze gesteldheid. Ook draagt biophilic design, een inrichting met natuurlijke elementen, bij aan ons welbevinden. En gezonde gebouwen zijn aantrekkelijk om naartoe te gaan. Deze harde en zachte indicatoren van gezondheid brengen we in balans.

Onze werkplekken opnieuw definiëren
De actuele coronapandemie heeft ervoor gezorgd dat we meer thuiswerken. Kantoren en andere werkplekken krijgen een nieuwe functies. Het is van groot belang die functies en de daarbij passende verblijfskwaliteiten opnieuw te definiëren. Hoe gebruiken we onze werkplek in de toekomst? Welke eisen stellen we aan welzijn? En hoe gaan we de veranderende functies vormgeven in de praktijk?

Welke randvoorwaarden zijn nodig?

Prioriteit aan gezondheid in gebouwen
Nu we in de hele bestaande voorraad aan de slag moeten met de energietransitie en klimaatadaptatie ligt de vraag op tafel waar we beginnen. Een prioritering van aan te pakken gebieden op basis van gezondheid zou de doorslag moeten geven, waarbij uiteraard gezondheidsrenovatie onderdeel van de aanpak moet zijn. Ongezonde gebouwen en gebieden zijn een sluimerend gevaar dat dag na dag impact heeft op de gezondheid van gebruikers. Het is zaak die situatie zo snel mogelijk te veranderen.

BIODIVERSITEIT

Eenduidige richtlijnen

Voor natuur in de gebouwde omgeving bestaan geen heldere eisen vanuit de landelijke overheid. Ook Provinciale en lokale regels zijn – hoe goed bedoeld – vaak heel verschillend. In samenwerking met NL Greenlabel werken we daarom aan eenduidige richtlijnen en meetmethoden die breed gedragen worden. 

Minimale wettelijke eis natuurinclusief bouwen

We zetten ons samen met diverse partijen in voor een minimale wettelijke eis voor natuurinclusief bouwen.

Emissievrij bouwen
DGBC wil de noodzaklijke veranderingen in de bouwsector versnellen. Emissievrij bouwen is een doel dat in de gehele keten (niet aleen op de bouwplaats) moet doordringen als het nieuwe normaal.

Kennis en instrumenten: Natuurinclusief bouwen, biobased materialen en nature based oplossingen

Het herstel van biodiversiteit kan door de bouwsector onder andere worden ingevuld door natuurinclusief te bouwen, nature based solutions toe te passen en circulaire (biobased) materialen te kiezen. Als we dat goed en verantwoord doen dan zouden biodiversiteit en ecologie per saldo door het bouwen kunnen verbeteren. Door slimme combinaties te maken kunnen tegelijk andere doelen op het gebied van gezondeid en klimaatadaptatie worden gediend. Een blauw-groene omgeving is immers niet alleen positief voor biodiversiteit en ecologie, het is ook prettiger en gezonder om er te verblijven, een prima manier om hittestess tegen te gaan en ook nog eens waterberging te faciliteren. Op dit vlak is nog veel kennis te ontwikkelen en praktijkervaring op te doen. DGBC wil zich inzetten om daar kennis, tools en instrumenten voor te ontwikkelen.

5. Hoe is de voortgang

Organisatie SDG 11

Binnen onze huidige programma’s van DGBC maken wij een concrete verbinding met de SDG-doelstellingen. We kijken naar de overeenkomsten, maar ook naar wat er mogelijk nog ontbreekt binnen de uitwerking van onze doelstellingen en zullen deze vervolgens toevoegen. We kijken daarnaast ook naar welke expertise wij nog missen binnen de diverse programma’s en zullen mensen uitnodigen deel te nemen. Daarnaast zullen wij overkoepelend, dat wil zeggen DGBC breed, jaarlijks rapporteren over de voortgang rond SDG 11.

 

Pin It on Pinterest