Blog 54 – Mijn vorige blog over de race naar het kantelmoment riep een reactie op: er is meer beweging dan ik zie. Vanuit de bottom-up beweging van het SDG Charter en de top-down beweging van Buitenlandse Zaken, hebben anderen voortdurende bewegingen op gang gebracht.

Een eerste voorbeeld hoor ik van de sociale ondernemers, goede doelen en vrijwilligers. Zij rekenen zichzelf terecht tot het betere deel der natie. Aanvankelijk zagen ze daarom niet direct de toegevoegde waarde van de SDGs. Drie jaar na dato beginnen hun financiers toch te vragen naar meetbare impact aan de hand van de SDGs. Zij heroriënteren zich daardoor vanzelf op hun plaats temidden van en op weg naar de zeventien doelen.

Een ander voorbeeld hoor ik van commerciële ondernemingen. Zij zijn op zoek gegaan naar een formule om nieuw talent en klanten te werven. Die willen naast een leuk salaris of prijs vooral meer betekenis: waarom zouden ze in dit ene bedrijf werken en waarom zouden ze daar een product of dienst van kopen? Toch niet omdat de wereld anders vergaat of omdat zij gered moet worden. Een goed verhaal over hoe redelijke doelen gehaald gaan worden, blijkt bedrijven geen windeieren te leggen.

Een derde beweging: het onderwijs. De Vereniging Hogescholen en de dertig hogescholen gaan zich futureproof maken. Dat betekent niet alleen het ondertekenen van het SDG Charter op hun jaarcongres 9 mei, maar ook een strategische agenda voor onderwijs, onderzoek, organisatie en omgeving van morgen. Je voelt hem al komen: morgen is de horizon van 2030. Leren voor een beroep maakt plaats voor leren om het hoofd te kunnen bieden aan zeventien maatschappelijke uitdagingen.

Drie voortdurende bewegingen dus. Er zijn er vast meer. Over enkele jaren doen vele bewegingen al het werk. Dan kunnen de stuwmotoren op een zachter pitje draaien.

Foto: Pavlofox @ Pixabay.

Pin It on Pinterest