In Nederland heeft het kabinet de Sustainable Development Goals (SDGs) omarmd, althans: de doelen staan éénmaal genoemd in het regeerakkoord van het huidige kabinet. Drie jaar na het aannemen van de doelen is de vraag legitiem: hoe staat het met de SDGs in Nederland?

Laat het beantwoorden van die simpele vraag nou vrij ingewikkeld zijn.

Nog even afgezien van hoe je duurzame en sociale ontwikkeling meet (en dat is geen sinecure); is voortgang op een SDG ook daadwerkelijk toe te schrijven aan het opstellen van die SDG?

Een bekend voorbeeld is de economische groei in China, tussen 2000 en 2015 in z’n eentje vrijwel helemaal verantwoordelijk voor de wereldwijde voortgang op millenniumdoel 1, het uitroeien van armoede. Zou dat ook gebeurd zijn zonder de millenniumdoelen (die in 2016 vervangen werden door de SDGs)? Waarschijnlijk wel. Dit hoeft niet te betekenen dat de millenniumdoelen per se onzin waren, maar het roept wel vragen op over hun toegevoegde waarde.

Kracht en zwakte

Met de SDGs zien we ongeveer hetzelfde. Talloze initiatieven op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (de energietransitie, enzovoort) dragen bij aan het behalen van de SDGs. Zoals eigenlijk elke actie die een ‘betere wereld’ beoogt bijdraagt aan de SDGs, of je nu plastic afvalt scheidt, vrijwilligerswerk doet of de trein pakt naar Parijs in plaats van het vliegtuig. Alle beetjes helpen. Dat maakt de doelen direct ook nogal vrijblijvend. De veelomvattendheid van de SDGs is tegelijkertijd een kracht en een zwakte.

Daarom is het ook niet zo gek dat de SDGs kritisch bevraagd worden. Immers, wat voegen de SDGs toe als je toch al werkt aan duurzame en sociale ontwikkeling? Hebben we de SDGs nodig om afval te scheiden? Of om een fonds op te richten voor de emancipatie van meisjes en vrouwen, het terecht veelgeroemde initiatief van voormalig minister Ploumen? Niet per se, deze dingen kunnen ook gebeuren zonder SDGs.

Kabinet

Eigenlijk bevestigt het kabinet dat laatste, door de doelen vooral te benoemen in beleid voor ontwikkelingssamenwerking. En zelfs daar kiest de minister ervoor om zich te richten op slechts enkele van de zeventien doelen. Deze keuze komt voort uit de prioriteiten van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid uit eerdere jaren, met bijvoorbeeld een sterke focus op het verbeteren van de positie van vrouwen en meisjes wereldwijd. Dat is natuurlijk prima te verdedigen, maar je kunt je wel afvragen waar je de SDGs dan nog voor nodig hebt. Want dit beleid had Nederland toch ook al vóórdat de SDGs bestonden?

Universele taal

Het antwoord kan niet anders zijn dan communicatieve doeleinden. De SDGs zijn handig om aan nationale en internationale partners zoals andere landen, ngo’s en grote ondernemingen makkelijk te kunnen laten zien wat voor Nederland prioriteit is, en hoe Nederland wil bijdragen aan duurzame ontwikkeling. Een universele taal, zoals het zo mooi wordt gezegd.

Als de SDGs helpen om een boodschap helder over het voetlicht te brengen, dan is dat prima. Tegelijkertijd is er ook op dat vlak de nodige winst te behalen. De SDG-wereld denkt graag in termen van inclusie en participatie, maar de SDGs blijven een behoorlijk ingewikkeld conceptueel bouwwerk, dat ondanks de aansprekende icoontjes niet gauw spreektaal zal worden. Laat staan een universele taal.

Zijn de SDGs vooral handig voor partijen die toch al bezig zijn met duurzame ontwikkeling, als communicatiemiddel? Dan is het misschien tijd om dat gewoon te erkennen, zodat we er vervolgens iets aan kunnen gaan doen. Of is er more than meets the eye? Dan is 2019, het vierde jaar van de SDGs, een perfect moment om te laten zien hoe het ermee staat en wat de SDGs specifiek te bieden hebben, naast een universele taal. Hoe ingewikkeld dit antwoord ook mag wezen.

Jan Sluyterman studeerde politicologie en werkt momenteel als trainee bij de gemeente Amsterdam. Eerder schreef hij voor De Correspondent over de SDGs.

 

Foto: Pexels @ Pixabay

Pin It on Pinterest