Vandaag is het Internationale Vrouwendag. Een dag waarop wereldwijd aandacht is voor de positie van vrouwen in de maatschappij. Een dag van bewustwording en evaluatie. Hoe staat het met de vrouwenrechten, economische mogelijkheden, onderwijs en gezondheid? En scoren wij in Nederland wel zo ‘goed’ als je zou verwachten?

Ieder jaar op 8 maart worden er in verschillende landen lezingen, bijeenkomsten, demonstraties en activiteiten georganiseerd die te maken hebben met de emancipatie van vrouwen. Internationale Vrouwendag heeft een link met meerdere SDGs en vooral SDG 5: gendergelijkheid.

Hoewel de eerste feministische golf alweer een tijdje terug is, valt er nog genoeg te winnen. Zo verdienen in Nederland mannen vaak nog meer dan vrouwen; soms zelfs voor hetzelfde werk. Vrouwen dragen daarnaast vaker de zorg voor het huishouden en de opvoeding van kinderen. Mede hierdoor komen vrouwen vaker in een situatie van economische onzekerheid terecht.

Om hier beter inzicht in te krijgen, verschijnt jaarlijks het Global Gender Gap Report. Dit rapport neemt de genderongelijkheid van 149 landen onder de loep. Hoewel je misschien zou verwachten dat Nederland bij de best scorende landen hoort, blijft ons land hangen op plek 27 in het Global Gender Gap Report van 2018. Dit komt voornamelijk doordat wij slecht scoren op het aantal vrouwen in hoge functies in het bedrijfsleven en in de politiek. Op het gebied van onderwijs scoren we juist hoog.

Vrouwen en SDGs

Het is duidelijk dat Internationale Vrouwendag alles te maken heeft met SDG 5: gendergelijkheid. Maar de ontwikkeling van vrouwen zegt ook iets over de economische en politieke ontwikkeling van een land: in hoeverre vrouwen deel kunnen nemen aan de economie en de vrijheid hebben om een baan te kiezen die bij hun leven past. Die keuzevrijheid heeft alles te maken met de inrichting van de maatschappij, en raakt zo ook aan SDG 8: waardig werk en economische groei.

Neem de Filipijnen als voorbeeld. Vrouwelijke callcenter agents met kinderen werken soms hele nachten. Hierdoor lopen ze veel tijd met hun gezinnen mis, aangezien ze overdag slapen. Wanneer ze tijd doorbrengen met hun kinderen gaat dit vaak ten koste van hun eigen nachtrust. In de Filipijnen zijn er nauwelijks parttime banen te vinden, en werkgevers hebben de werknemers voor het kiezen. Deze vrouwen hebben de keuze tussen een fulltime baan, of helemaal geen werk. Dit is ook terug te zien in het Global Gender Gap Report van 2018: slechts 20 procent van de Filipijnse vrouwen heeft een parttime baan, tegenover 62,1 procent van de Nederlandse vrouwen.

Hoge functies

Alhoewel er in de Filipijnen percentueel gezien minder vrouwen werken dan in Nederland, bekleden zij wel vaker significant hoge posities dan Nederlandse vrouwen. Zij werken vaker in de wetgeving en als managers (51,5 procent van de Filipijnse vrouwen versus 26,6 procent van de Nederlandse vrouwen). Daarnaast heeft de Filipijnen al twee keer een vrouwelijke president gehad: iets wat wij in Nederland nog nooit meegemaakt hebben.

Ook is het interessant om te zien dat Nicaragua, Rwanda en Namibië in de mondiale top tien staan, terwijl in Nederland de wereld nog regelmatig door de traditionele bril wordt ingedeeld in ‘ontwikkelingslanden’ en ‘ontwikkelde landen’. Genderongelijkheid snijdt daar dus dwars doorheen. Een goede aanleiding om nog eens na te denken over wat wij onder ‘ontwikkeling’ verstaan. Nederland kan wat dat betreft doel 5.5 er nog eens bij pakken en bedenken hoe wij onszelf in komende rapporten omhoog kunnen werken richting de top tien:

“Doel 5.5 Verzekeren van de volledige en doeltreffende deelname van vrouwen en voor gelijke kansen inzake leiderschap op alle niveaus van de besluitvorming in het politieke, economische en openbare leven.”

Foto: free-photos @ Pixabay.

 

Anna Zuidmeer (23) volgt de master International Development Studies aan de UvA. Daarnaast schrijft zij in haar vrije tijd voor IJopener Magazine en www.sdgnederland.nl.

Pin It on Pinterest