Er wordt gewerkt aan de businesscase voor een rechtvaardige samenleving. Dat wekt misschien verbazing. Rechtvaardig handelen is immers een morele verantwoordelijkheid. En toegang tot het recht, een belangrijk middel daartoe, is vastgelegd in grondwetten en mensenrechtenverdragen. Waarom zou rechtvaardigheid dan een businesscase nodig hebben? Sterker nog, past een businesscase überhaupt wel bij een onderwerp als dit?

Tijdens een discussie bij de Wereldbank vorige maand over de businesscase voor een rechtvaardige samenleving, gedurende de Law, Justice and Development week, waren hier verschillende perspectieven op te horen. Een kort verslag.

Rechtvaardigheid in de SDGs

Koen Davidse, nog maar net begonnen aan zijn nieuwe baan bij de Wereldbank, benadrukte tijdens de discussie de bijzondere positie van SDG 16, die gaat over vreedzame, rechtvaardige en inclusieve samenlevingen, tussen de verschillende ontwikkelingsdoelen. Hij was betrokken bij de onderhandelingen van de SDGs en er was destijds veel steun om eindelijk mondiale doelen te stellen op het gebied van rechtvaardigheid. Eigenlijk is rechtvaardigheid de ruggegraat van de SDGs, zei hij. Niemand mag buiten de boot vallen – leave no one behind – dat is waar de SDGs over gaan en dat is de essentie van rechtvaardigheid; dat iedereen gelijke kansen en mogelijkheden krijgt.

Maar binnen de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen is doel 16 een nieuwkomer. Er zijn genoeg andere sectoren die de aandacht en middelen opeisen. Want in het kader van duurzame ontwikkeling worden beslissingen genomen waar te investeren en hoe, zowel door nationale overheden als door internationale organisaties. Het is nu eenmaal vaak makkelijker om te investeren in wegen, scholen en ziekenhuizen dan in iets abstracts als toegang tot het recht. Bovendien ligt er voor veel sectoren, zoals gezondheid en onderwijs, al een overtuigende businesscase.

Een voorbeeld: Van mileu …

Volgens Martijn Quinn, van het Directoraat-Generaal Justitie en Consumentenzaken van de Europese Commissie, valt er wat te leren van de milieusector. Op de internationale agenda delfde milieu vaak het onderspit. Totdat klimaatverandering zo’n tien jaar geleden hoog op de politieke agenda kwam te staan. Hoe is dat zo gekomen?

Drie mensen hebben daar een grote invloed op gehad, vertelde Quinn. De eerste was Al Gore, die met zijn film An Inconvenient Truth het grote publiek wist te bereiken. De tweede was Vladimir Poetin, die destijds de gastoevoer naar Europa afsneed, waardoor klimaatverandering plotsklaps erkend werd als veiligheidsprobleem. En de derde was Sir Nicholas Stern, een Britse econoom.

… naar klimaatverandering

Sir Nicholas Stern schreef The Economics of Climate Change en leverde daarmee een businesscase voor investeren in en bescherming van het milieu. Zijn conclusie: “The benefits of strong, early action on climate change outweigh the costs.” Het Stern-rapport was maar liefst zevenhonderd pagina’s lang, maar wat bleef hangen waren twee kerncijfers: in een business-as-usual scenario zou klimaatverandering 5 procent van het mondiale GDP kosten, elk jaar, tot in de eeuwigheid. Dat was nog maar het voorzichtige scenario. Met een breder perspectief op risico’s en gevolgen zou dit zelfs op kunnen lopen tot 20 procent.

Milieudeskundingen en milieuactivisten waren destijds bang om milieuvraagstukken door een economische bril te bekijken, vertelde Quinn. Zij zeiden dat het milieu belangrijker en puurder was en dat we dat niet economisch konden benaderen. Maar mede dankzij dit rapport is het milieu niet meer een onderwerp in de marge, maar staat het bovenaan de wereldagenda. Nu zijn het niet meer de milieuministers die het erover hebben, maar ministers van financiën, premiers en presidenten.

En dat hebben we ook nodig voor rechtvaardige samenlevingen, zo concludeerde hij. Het bevorderen van rechtvaardige samenlevingen is te belangrijk om aan ministers van justitie alleen over te laten.

Kosten van onrechtvaardigheid

Deborah Wetzel van de Wereldbank benadrukte dat we voor een overtuigende businesscase, vooral de kosten van onrechtvaardigheid goed in kaart moeten brengen. Uitgedrukt in dollars en euro’s. Wat zijn de kosten voor mensen, samenlevingen en de economie, als we geen eerlijk functionerend rechtssysteem hebben?

De Task Force on Justice, voorgezeten door minister Sigrid Kaag, met collega’s uit Argentinië, Sierra Leone en van The Elders, gaat de business case verder ontwikkelen. Zij gaat bestaande onderzoeken en gegevens inventariseren en de kosten en baten van een rechtvaardige samenleving in kaart proberen te brengen. Daarnaast zal het rapport inzicht geven in welke investeringen binnen de juridische sector de beste resultaten kunnen opleveren.

Het rapport van de Task Force on Justice (dat zeker geen zevenhonderd pagina’s lang zal zijn – beloofd!), wordt gepresenteerd in de aanloop naar de High Level Political Forum in juli 2019, waar gesproken zal worden over SDG 16. Als het aan mij ligt, komt het rapport met een overtuigende businesscase, waaruit blijkt dat investeren in rechtvaardigheid en toegang daartoe hoog nodig is.

Foto: Maaike de Langen

 

Maaike de Langen werkt als hoofd onderzoek voor de Task Force on Justice bij het NYU-Center on International Cooperation, een denktank voor de Verenigde Naties en de internationale gemeenschap in New York. Vanuit New York blogt ze voor SDG Nederland over wat er zich in het epicentrum van de VN afspeelt op het gebied van de SDGs en met name SDG16 over vreedzame, rechtvaardige en inclusieve samenlevingen.

Pin It on Pinterest