“Ongelijkheid is het centrale vraagstuk van onze tijd”. Dat zei VN-Secretaris Generaal Antonio Guterres toen hij op 18 juli de Nelson Mandela lezing uitsprak. Hij liet er geen twijfel over bestaan dat ongelijkheid een wereldwijde crisis van ongekende proporties is die net als de milieucrisis de mensheid in de afgrond kan storten. “We moeten de vele elkaar versterkende lagen van ongelijkheid aanpakken voordat ze onze economieën en samenlevingen verwoesten”, zei Guterres.

Alarmsignalen

Dat klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, uitputting van onze waterbronnen, grond en bossen de mens fataal kunnen worden staat inmiddels helder op het netvlies. Al was het maar omdat de planeet steeds heftigere alarmsignalen afgeeft.

Maar ook ongelijkheid wordt door velen terecht een pandemie genoemd. Hebben we de urgentie van dat probleem wel voldoende voor de bril?

Zorgen om klimaatverandering en ongelijkheid waren drijvende krachten achter het opstellen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) in 2015. Niet voor niets is het tegengaan van ongelijkheid een centraal doel uit de 2030 Agenda. Mensenrechten zitten verweven in zo’n 90% van alle doelen en subdoelen.

SDG10 (ongelijkheid verminderen) en SDG5 (gendergelijkheid) benadrukken het meest expliciet dat ontwikkeling onmogelijk is als niet iedereen kan meedoen. Maar de SDG’s onderstrepen bijvoorbeeld ook het belang van toegang tot en goede kwaliteit van voedsel, gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen (SDG 2, 3 en 4), digitale gelijkheid door de uitrol van internet in ontwikkelingslanden (SDG9) en eerlijke handel (SDG17). Het tegengaan van ongelijkheid zit in de kern van veel van de SDG-doelen mede dankzij de sterke verankering van mensenrechten in de 2030 Agenda.

De gedeelde belofte om ongelijkheid aan te pakken, is er dus al. Maar te weinig is tot nu toe bereikt. Bij de eerste tussenstand van de SDG’s door regeringsleiders in september 2019 luidde Guterres de noodklok: “We are not on track”. Zijn grootste zorgen waren opnieuw de wereldwijde achteruitgang van het milieu en toenemende ongelijkheid in bijna alle landen.

Röntgenfoto

De coronacrisis zet een schijnwerper op risico’s die we tot nu toe wereldwijd onvoldoende hebben aangepakt: gebrekkige gezondheidssystemen en sociale vangnetten, structureel toenemende ongelijkheid. Guterres vergelijkt COVID met een röntgenfoto waarop de breuken in het fragiele skelet van onze samenleving en economie zichtbaar worden. Ongelijkheid bepaalt hoe en door wie de gevolgen van de COVID-crisis het meest worden gevoeld. Ongelijkheid versterkt de klimaatcrisis die in slow motion op ons afkomt. Ongelijkheid is, samen met de milieucrisis, de grootste uitdaging voor een beter herstel en het tegengaan van toekomstige crises.

De ongelijkheidspandemie is een veelkoppig monster. Het gaat om verdeling van welvaart en om discriminatie en ongelijke kansen. Beide zijn sterk met elkaar verbonden en worden van generatie op generatie versterkt. Als je meer middelen hebt, kun je die inzetten om nog meer middelen te verkrijgen[i]. Maar ook armoede versterkt zichzelf. James Baldwin zei het al: “iedereen die ooit met armoede heeft geworsteld weet hoe extreem duur het is om arm te zijn”.

Superjachten

MeToo en Black Lives Matter maken duidelijk dat de overgrote meerderheid van de wereldbevolking het niet meer pikt dat ze structureel minder kansen krijgen. Vrouwen en mensen van kleur zijn immers niet de ‘minderheid’ in de samenleving.

Dankzij de wereldwijde antiracisme protesten wordt die structurele ongelijkheid nu eindelijk bespreekbaar. Ook in Nederland moeten we erkennen dat gelijke kansen een ideaal zijn maar nog geen werkelijkheid. Kleur, gender, afkomst, beperking, geaardheid hebben invloed op de mogelijkheden die mensen krijgen om hun talenten te gebruiken. Als we de talenten van de meerderheid onvoldoende gebruiken missen we als samenleving veel kansen. Eerder zagen we bewegingen als ‘Occupy Wallstreet’ die het verdelingsvraagstuk vanuit economisch oogpunt aan de kaak stelden. Als de 26 rijkste mensen ter wereld evenveel bezitten als de helft van de wereldbevolking, dan is de helft van ons gezamenlijke kapitaal niet beschikbaar om de SDG’s voor iedereen dichterbij te brengen. Ongelijkheid drukt ook een stempel op de invloed die mensen op besluitvorming kunnen hebben, op inspraak, participatie. Als uitsluiting op die manier wordt versterkt schaadt dat de kracht van de maatschappij en de democratie.

Kortom, het tegengaan van ongelijkheid is een voorwaarde voor het bereiken van alle SDG’s. De vele facetten van ongelijkheid raken ons allemaal. Het is niet waar dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten: sommigen zitten op een superjacht terwijl anderen zich aan wrakhout vastklampen. Maar ook de superjachten vergaan als de golven te hoog worden.

Ongelijkheid tussen generaties

Behalve de ongelijkheid binnen maatschappijen moeten we nog twee belangrijke vormen van ongelijkheid aanpakken om de SDG’s te behalen: ongelijkheid tussen generaties, en de ongelijkheid tussen Noord en Zuid. Als we niet oppassen maakt de coronacrisis ook de kloof tussen nu en later en tussen hier en elders groter.

Jongeren worden extra hard getroffen door de COVID-crisis. De kosten van crisismaatregelen en verwachte economische achteruitgang zullen nog jaren door hen gedragen moeten worden. Daarbij zijn er de directe gevolgen voor jongeren persoonlijk: school- of studie-achterstand, verlies van hun (bij)baan, druk op hun mentale gezondheid, en in veel ontwikkelingslanden stijgende armoede en een nog veel grotere economische terugslag. Dit komt bovenop de al verzwakte positie van jongeren wereldwijd door de financiële crisis van 10 jaar geleden. Een stevige generatietoets op belangrijke besluiten is dan ook een goed initiatief, zodat onze welvaart in het hier en nu wordt afgewogen tegen die van toekomstige generaties. Op advies van het SER-Jongerenplatform wordt daaraan nu gewerkt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties samen met jongeren en jongerenorganisaties.

kloof tussen rijke en armere landen

Ook de gapende kloof tussen rijke en armere landen kan ook flink dieper worden door de gevolgen van het virus. Een deel van wat daarbij de afgelopen decennia is bereikt dreigt weer verloren te gaan. De Wereldbank denkt dat zo’n 100 miljoen mensen kunnen terugvallen in extreme armoede. Steun voor mensenrechten en gelijke kansen wereldwijd vraagt ons om te blijven investeren in de voorwaarden die in armere landen hiervoor nodig zijn. Onderwijs en versnelde digitalisering zijn belangrijke pijlers om weerbaarheid te versterken, evenals eerlijke handel en verantwoorde investeringen door bedrijven.

Positieve omslag

Hoe gaan we met elkaar de schouders zetten onder deze grote opdracht? De waarde van een duurzame, inclusieve toekomst moet meewegen in onze besluiten. Economen zullen nog harder moeten werken aan het eerlijker waarderen van de kosten en baten van onze menselijke (economische) activiteiten. De manier waarop producten en diensten nu peprijst worden doet in feite de toekomst in de uitverkoop: hoe verder weg de gevolgen van ons gedrag, des te goedkoper ze zijn in de huidige economie.

Gelukkig is dit aan het veranderen. Ook onder economen[ii]. Laat het herstel uit de crisis het moment zijn dat we de SDG’s als onze gedeelde waarden voor nu en de toekomst meewegen. Ten eerste door niet bang te zijn te investeren in toekomstige generaties en in onze dorpsgenoten in de Global Village. Dat is een investering in onze eigen toekomst. Ten tweede door onze acties door te lichten op hoe ze bijdragen aan het tegengaan van ongelijkheid en het gezond maken van de planeet. En ten derde door de werkelijke kosten van producten en diensten op mens, planeet, landen elders en toekomstige generaties mee te wegen in de prijs.

Kortom, leg beslissingen langs de lat van de SDG’s en het idee van brede welvaart voor het hier en nu, later en elders. Dit kan iedereen in zijn of haar persoonlijke leven doen, maar belangrijker is dat we dit doen als medewerker, manager, CEO, leider, lid of aandeelhouder van een organisatie die bezig is met beslissingen over de toekomst. Door de SDG’s als kompas te gebruiken zorgen we samen voor een positieve omslag terwijl we uit de crisis opkrabbelen. De omslag naar groen, en minstens zo belangrijk de omslag van toenemende ongelijkheid naar een samenleving waar iedereen gelijke rechten en kansen heeft.

[i] Zie bijvoorbeeld Joseph Stiglitz’ The Price of Inequality (2012).

[ii] Zie bijvoorbeeld capitalscoalition.org

Foto’s
https://www.flickr.com/photos/quintanomedia/
https://www.flickr.com/photos/unfccc/
https://www.vice.com/nl/article/xg84en/black-pride-amsterdam-2020

Pin It on Pinterest