Opinie – Vorige week verscheen het voortgangsrapport van het CBS over de SDGs in Nederland. Door cijfers met elkaar te vergelijken, kon het CBS een plaatsbepaling maken voor Nederland in relatie tot andere Europese landen. Op sommige SDG’s blijken we dan goed te scoren, op andere bar slecht. Maar ik vroeg me af: hechten we niet te veel waarde aan die rangorde?

Een relatieve positie vertelt maar een half verhaal

Zo becijferde het CBS bijvoorbeeld dat Nederland vierde is in Europa wat betreft het aantal vrouwen in het parlement. Dat lijkt een mooie statistiek. Als je dieper het rapport induikt, doemt echter een minder rooskleurig beeld op: slecht 38 procent van de zetels in het parlement worden bezet door een vrouw (in de gemeentepolitiek ligt dat percentage nog aanzienlijk lager). Nederland zit weliswaar ruim tien procent boven het Europese gemiddelde, maar nog steeds twaalf procent onder een evenredige verdeling.

Lijstjes laten hooguit zien of we voor- of achterlopen ten opzichte van anderen – Caius Nijstad

Door de positie van Nederland continu te vergelijken met andere (Europese) landen, verliezen we het originele doel uit het oog: gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het kan best dat Nederland het in Europees perspectief redelijk doet wat betreft het aantal vrouwen in de politiek, maar moreel gezien ligt dat anders. Want natuurlijk is 38 procent vrouwen in het parlement een tragisch lage score. Bekijk je de zaak vanuit ethisch perspectief, dan is het niet nodig Nederland te vergelijken met andere landen om te weten hoe we ervoor staan. We danken onze ‘hoge’ score immers uitsluitend aan het feit dat anderen het helemaal belazerd doen.

Redeneer vanuit je eigen ethiek

Er zijn verschillende manieren van ethisch redeneren. In de plichtsethiek vraag je jezelf steeds af of je zou willen dat jouw manier van handelen een algemene regel wordt. Zou je willen dat iedereen doet wat jij doet? De gevolgenethiek kijkt liever naar de consequenties van iemands handelen: welke beslissing brengt het grootste geluk voor het grootste aantal mensen? Vanuit deze twee perspectieven wil ik een ander voorbeeld uit het rapport onder de loep nemen, namelijk hernieuwbare energie.

Van alle verbruikte energie in Nederland was in 2016 slechts zes procent hernieuwbaar. Daarmee bungelen we onderaan de Europese ranglijst, aldus het CBS. Kijk je vanuit de plichtsethiek naar dat cijfer, dan kom je tot de vraag: is het wenselijk dat alle landen ter wereld zes procent van hun energieverbruik uit hernieuwbare energie halen? Gezien de SDG’s en het Parijsakkoord is duidelijk dat we daarmee de klimaatdoelstellingen niet halen.

Financiële stabiliteit of mensenlevens?

Vanuit de gevolgenethiek valt er echter meer te zeggen over die zes procent. Hernieuwbare energie is (nu nog) duurder idan fossiele, en bij een groter percentage hernieuwbaar energieverbruik zullen veel Nederlanders er financieel dus op achteruit gaan. In Nederland ervaren we de desastreuse gevolgen van klimaatverandering vooralsnog niet. Maar kijken we op mondiaal niveau naar het probleem, dan is duidelijk dat het aantal mensen dat onder de negatieve gevolgen van klimaatverandering gebukt gaan, vele malen groter is dan het totaal aantal Nederlanders.Uiteindelijk moet je zelf beslissen wat je ethisch verantwoord vindt. Voor mij komt dat neer op de vraag of ik kan verantwoorden dat mijn eigen financiële stabiliteit bijdraagt aan het verwoesten van talloze mensenlevens.

Vandaar dat ik het niet nodig vind naar andere landen te kijken om te bepalen of we het in Nederland goed doen wat de SDG’s betreft. Hooguit laten die lijstjes zien of we voor- of achterlopen ten opzichte van anderen. Maar zo’n rangorde is een gebrekkig moreel kompas.

Foto: Pixabay

Pin It on Pinterest