Werken in publiek-private partnerschappen is een belangrijk onderdeel geworden van het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbudget. In deze partnerschappen komen lokale overheden vaak niet aan bod vanwege mogelijke negatieve ervaringen. Het lijkt dan makkelijker om de lokale overheid te omzeilen en met eigen Nederlandse kracht een project op te zetten. Voor het realiseren van SDGs is het echter belangrijk dat Nederland deze samenwerkingen niet vermijdt.  

Verschillende belangen
Toegegeven, samenwerking met lokale overheden is, met name in Afrika, voor Nederlandse organisaties niet altijd even makkelijk. Van de dertig meest corrupte landen ter wereld bevinden zich er in 2017 volgens de Transparency International Corruption Perception Index negentien in Afrika. Overheden zijn vaak meer bezig met het versterken van hun eigen positie dan met humanitaire gevolgen van crises. In bijna alle Afrikaanse landen is politiek verdeeld langs etnische lijnen: een patronagesysteem zorgt ervoor dat een president alle etnische groeperingen tevreden houdt met ministeries en hoge posities. Hierdoor kan het voorkomen dat een ngo een probleem wil aanpakken in een gebied met een bepaalde etnische groep via een ministerie in handen van een andere etnische groep.

De belangen van de overheid van een land als Uganda komen zodoende niet altijd overeen met de SDGs. Daarbij is er vaak een verschil tussen wat de ene en de andere ngo wil, en is het lastig om hier via de lokale overheid een middenweg in te vinden. Zo heeft USAID in samenwerking met de Ugandese overheid een programma opgezet om huizen te besproeien met anti-malaria chemicaliën. Een goed idee, maar deze benadering zorgt ervoor dat veel kleine boeren die aangesloten zijn bij sociale onderneming Shares! hier economische gevolgen van ondervinden: ze kunnen nu geen biologisch chiazaad meer verbouwen, wat een grote verdienste voor hen was. Bij pogingen van Shares! om malaria op een alternatieve wijze aan te pakken, vingen ze bot bij het verantwoordelijke ministerie, vanwege diens trage en incoherente manier van werken. Dit spoort het bedrijf niet aan om bij een volgend project de overheid weer aan de mouw te trekken.

Een ‘enabling environment’
Desondanks is het van belang dat Nederland samenwerking met lokale overheden niet uit de weg gaat, zo stellen de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) in hun rapporten. Het niet betrekken van lokale overheden kan een negatief effect hebben op de resultaten van publiek-private partnerschappen, omdat het de kans op structurele verandering vermindert. Met het juiste overheidsbeleid en de implementatie hiervan kan een project op veel grotere schaal toegepast worden. Tegelijk zorgt een partnerschap ervoor dat de lokale overheid verantwoording moet afleggen en dus openhartiger moet worden over haar gang van zaken. Samenwerken met lokale overheden geeft aan dat zowel westerse als ontwikkelingslanden een gelijkwaardige rol spelen in het oplossen van ontwikkelingsvraagstukken. 

Het publiek-private partnerschap tussen het International Institute for Tropical Agriculture (IITA), de Nederlandse overheid, de Oegandese overheid en anderen, bewijst dat samenwerking wel degelijk mogelijk is en ook haar vruchten afwerpt. Het project PASIC heeft als doel om het landbouwbeleid van het Ministry van Agriculture, Animal Industry and Fisheries te intensiveren om zo de productie en welvaart van kleine boeren blijvend te verhogen. IITA besloot het project te richten op het Oegandese ministerie omdat deze weinig ervaring had met duurzaam landbouwbeleid: het ministerie veranderde vaak van beleid zonder goed onderzoek gedaan te hebben naar wat wel en niet werkt. PASIC wist in vijf jaar, in samenwerking met de lokale overheid en instanties zoals de VN, USAID en de Wereldbank een eenduidige lijn in te zetten op het gebied van zaad, kunstmest en landbouwvoorlichtingen. Deze resultaten waren nooit bereikt zonder de Ugandese overheid erbij te betrekken.

Een stap in de goede richting
De Nederlandse overheid heeft met de voorwaarden voor de nieuwe SDG-Partnerschappen Faciliteit (SDGP) een stap in de goede richting gezet. Voor het ontvangen van een subsidie moet een partnerschap bij voorkeur ook de lokale overheid bij een project betrekken. Voor de realisatie van SDG 17 en in feite alle SDG’s, is het van belang dat we de confrontatie met lokale overheden niet uit de weg gaan, maar blijven werken aan een inclusieve ontwikkelingssector.

 

Mijn naam is Lotte Knigge, student American Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als ‘MP-Watcher’ volg ik samen met drie andere studenten bij Woord en Daad een masterclass in politiek en ontwikkelingssamenwerking. Een reis naar Oeganda was hier onderdeel van.

Foto: Max Pixel

Pin It on Pinterest