Het onderwijs is dé plek om volgende generaties te leren over duurzaamheid en het belang hiervan in de toekomst. Aarde, Natuur, Mens: zijn dat niet de woorden die we vanaf het begin moeten leren, in plaats van Aap, Noot, Mies?

In 2015 deed Het Groene Brein in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (toen het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) onderzoek naar duurzaam onderwijs (SDG 4). Uit het onderzoek kwam dat 4 procent van het primair onderwijs bezig is met duurzaam onderwijs, 9 procent van het voortgezet onderwijs, 7 procent van het hoger beroepsonderwijs en 11 procent van het wetenschappelijk onderwijs. Niet echt cijfers die je laten jubelen. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het onderwerp.

Oproep in de krant

Zo plaatsten negentig hoogleraren van achttien verschillende universiteiten vorig jaar en oproep richting de overheid in de krant: “Maak Nederland koploper in de nieuwe, groene economie.” Als belangrijke voorwaarde werd een plek voor duurzaamheid in het onderwijs genoemd. Ook in de krant, maar dan dit jaar: als het aan Jan Peter Balkenende (voorzitter van de Dutch Sustainable Growth Coalition) en Paul Rüpp (voorzitter van het College van Bestuur van Avans Hogeschool) ligt worden de Sustainable Development Goals (SDG’s) opgenomen in de curricula. “Dat brengt een toekomstbestendige wereld dichterbij.”

Verder wordt er al een aantal jaar de Nationale Dag voor Duurzaamheid in het Hoger Onderwijs (NDDHO) georganiseerd. De Rijksoverheid richtte het programma DuurzaamDoor op, met onderwijs als belangrijk thema en de Coöperatie Leren voor Morgen zet zich in voor leren en duurzame ontwikkeling: binnen én buiten het onderwijssysteem en van peuter tot professional. Op 10 oktober, de Dag van de Duurzaamheid, vindt daarnaast een duurzame Voorleesactie plaats op scholen.

Eco-teams

Genoeg scholen zitten zelf ook niet stil. Waar de een kiest voor duurzame, educatieve lespakketten (wat dacht je van speelrobot Solly die leert over een groene generatie), sluit de ander zich liever aan bij een initiatief als Eco-Schools. Eco-Schools is een internationaal keurmerk voor duurzame scholen met inmiddels 141 deelnemende scholen.

De Amsterdamse basisschool Dr. Rijk Kramer is een leuk voorbeeld. Zij sloten zich aan bij Eco-schools en richtten een Eco-team op. Het team zet duurzame ontwikkeling in gang en houdt deze in beweging. De kinderen bedachten bijvoorbeeld een tweedehands kledingkast en plantenwanden voor in lokalen. Afval wordt gescheiden ingezameld en de school krijgt zonnepanelen. Met acties en lesprogramma’s worden duurzame thema’s opgepakt. Deze krijgen vervolgens een plek in het curriculum. Leerlingen leren zo hoe duurzaam te handelen en waarom dit belangrijk is.

Leerling lobby

Het komt trouwens ook voor dat niet de school, maar leerlingen de drijvende kracht zijn. In het nieuwe strategisch plan van de Erasmus Universiteit Rotterdam wordt duurzaamheid een van de belangrijkste pijlers. Dat is mede te danken aan de voortdurende lobby van twee studenten in de Universiteitsraad: Boris Pulskens en Louise van Koppen.

Onder het mom van vroeg geleerd is oud gedaan kan het niet snel genoeg gaan; een duurzaam curriculum in alle stadia van het onderwijs. Bijna niemand weet nog wie Mies is, en als we aapjes willen kijken, dan zijn de hoax-websites over klimaatverandering met een paar klikken gevonden. Nee, dan ben ik toch voorstander van het Aarde, Natuur, Mens leesplankje.

Heb jij mooie voorbeelden of verhalen die in dit stuk ontbreken? Ik lees ze graag. Je kunt ze hieronder in een reactie achterlaten.

Afra de Leeuw is freelancer en schrijft, redigeert, post, tweet, mailt, organiseert, drinkt koffie en meer. Ze houdt zich bezig met duurzaamheid, (duurzaam) ondernemen, de SDGs, sport en voeding. Naast (online) communicatie en journalistiek is ze actief lid van het kernteam van Jonge Krachtenbundelaars, hét netwerk voor young professionals over de SDGs.

Pin It on Pinterest