Aan de plechtige ondertekening van de duurzame ontwikkelingsdoelen op 25 september 2015 door 193 wereldleiders gingen jaren aan voorbereiding vooraf. Ik zat op de tribune, luisterde naar de speeches en bedacht dat een deel van die leiders die daar mooi weer speelden, op datzelfde moment verantwoordelijk waren voor verschrikkelijke conflicten, grote aantallen doden en vluchtelingen, armoede en allerlei soorten mensenrechtenschendingen. In veel gevallen zorgden zij er daarmee voor dat er vooral ook voor jongeren in de landen waar zij vandaan kwamen weinig mogelijkheden waren. Toch voelde iedereen ook optimisme en hoop, omdat niet eerder een zo ambitieuze en voor alle landen geldende agenda was gesmeed.

Een aantal van de doelen binnen deze brede ontwikkelingsagenda voor 2030 – de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen, oftewel SDGs – is onomstreden. Denk bijvoorbeeld aan gezondheid, onderwijs, armoede: wie kan er nou tegen toegang van goede gezondheidszorg en onderwijs zijn? Iedereen wil toch een einde aan armoede? Toegang tot onderwijs voor iedereen?

Ander schaakbord en speelveld

De echte strijd vond op een ander speelveld plaats. Dat van ideologie en politiek, van macht, van geld. Het schaakbord van mensenrechten, vooral de rechten en kansen van meisjes en vrouwen, en van vrede en veiligheid. En die twee zijn niet alleen in de praktijk, maar ook formeel met elkaar verbonden sinds in 2000 door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een resolutie is aangenomen. In resolutie nummer 1325 erkent de VN dat zonder vrouwen aan de ronde tafel, vredesonderhandelingen en duurzame vrede een aanzienlijk minder grote kans hebben om te slagen.

Vrede en veiligheid gaan over wapenproductie en wapenhandel, over corruptie, geweld tegen burgers, onrecht en straffeloosheid, maar meer en meer ook over klimaat. Toegang tot grondstoffen en het recht van vrouwen hun eigen toekomst te bepalen, inclusief ‘baas in eigen buik’. Over ongelijkheid in samenlevingen, acceptatie van diversiteit, tolerantie. Over een sterke rechtstaat en over de machtsstrijd tussen landen.

Treffende voorbeelden: Syrië en Jemen

Denk aan het conflict in Syrië. Daar was pas nog een absurd voorbeeld te zien van de gevolgen van een zogenaamde ‘proxy war’, een ‘oorlog op afstand’, waarbij landen conflicten met elkaar uitvechten op het grondgebied van een ander land. Op tv zagen we niet de Syrische president, maar de Russische, Turkse en Iraanse presidenten (respectievelijk Poetin, Erdogan en Rouhani) in een topontmoeting over de oorlog in Syrië. Ze spraken over manieren waarop ze de strijd al dan niet zouden voeren net over de Turkse grens, in en rondom de Syrische stad Idlib. Het hadden ook de Amerikaanse en Saoedische regeringsleiders kunnen zijn, of misschien zelfs wel de onze, of het had over Jemen kunnen gaan, of welk land dan ook. Al deze internationale spelers zijn namelijk actief bij die oorlogen betrokken en leveren wapens, voedsel, kleding en nog veel meer aan troepen van verschillende legers, al dan niet van de overheid. We hebben net afgelopen week gehoord dat Nederland ook werkelijk betrokken was, door in Syrië aan ‘gematigde’ rebellen uitrustingen te leveren. Achteraf bezien bleken die rebellen misschien helemaal niet zo gematigd te zijn als wij dachten of hoopten. Nederland is daarmee feitelijk ook partij in het conflict geworden. En ondertussen zijn de Syrische en ook Jemenitische bevolking het kind van de rekening. Dat is pas cynisme ten top.

“Of SDG 16  na drie jaar werken aan het behalen van de SDGs, ook daadwerkelijk zoden aan de dijk zet, weet ik nog net zo niet”

Om beter aan vrede en veiligheid te kunnen werken is SDG 16 tot stand gekomen. Dit doel gaat over vrede en veiligheid, en de opbouw van eerlijke, sterke overheidsinstanties en bestuursorganen. Of het nu, na drie jaar werken aan het behalen van de SDGs, ook daadwerkelijk zoden aan de dijk zet, weet ik nog net zo niet. Maar in elk geval is er met zo’n doel wel iets om op terug te kunnen vallen, ook al is het volgens internationaal recht niet juridisch bindend. Ook is de afrekenbaarheid net wat groter en is de verantwoordingsplicht wat steviger. Verder is er misschien ook een begin van schaamte als er geen resultaten zijn.

SDG16 essentieel voor de andere 16 doelen

We zien ook dat dit gebeurt. SDG 16 begint van positie te veranderen en lijkt van de achter- naar de voorbank te verschuiven, van SDG 16 naar SDG 16+. Inmiddels heeft iedereen bedacht dat het zonder vrede, stabiliteit, sterke instituties, een goed functionerende rechtstaat en vrijheden van burgers helemaal niks gaat worden met al die andere SDGs. Dat het dweilen met de kraan open zou zijn, omdat effectieve politiek, goed bestuur en een stevige rechtstaat broodnodig zijn om ervoor te zorgen dat er onder andere goed onderwijs (SDG4) en goede gezondheidszorg (SDG3) is en investeerders naar je land komen (SDG8). Vooruitgang op diverse SDGs zou voor niets zijn als het huidige beleid op het gebied van SDG 16 bij hetzelfde blijft. Op naar SDG 16+, dus!

“Inmiddels heeft iedereen bedacht dat het zonder vrede, stabiliteit, sterke instituties, een goed functionerende rechtstaat en vrijheden van burgers helemaal niks gaat worden met al die andere SDGs.”

De Wereldbank en de Verenigde Naties hebben inmiddels samen een studie gedaan: Pathways for Peace. Daarin gaan ze na hoe ontwikkelingsprocessen beter kunnen samengaan met diplomatie en mediation, met maatregelen om veiligheid voor burgers te vergroten en allerlei andere middelen om de uitbraak van gewelddadig conflict te voorkomen. Na publicatie van het rapport (voorjaar 2018) organiseerde de Voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN een bijeenkomst op hoog niveau met allerlei workshops over SDG 16 en SDG 16+ om de vaart erin te houden. De Secretaris-Generaal van de VN, Antonio Guterres, heeft zelfs een speciaal fonds opgestart voor vredesopbouw.

Een start?

Het betekent niet dat er nu ineens overal vruchtbare vredesbesprekingen van start gaan, dat de wapenhandel inzakt, dat leiders van landen in conflict standaard het vredesteken in hun ogen hebben staan en zich verantwoordelijk voelen voor het leed dat ze hun bevolking aandoen. Maar hopelijk is het wel een start.

 

‘Simone Filippini is voorzitter van de Nederlandse Vereniging van de Verenigde Naties. Eerder was zij algemeen directeur van Cordaid en directeur van de NIMD (Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie). Simone is kandidaat-lid van de Tweede Kamer en Europees Parlement en lid van het landelijke bestuur van D66. Simone was tevens .’

 

Afbeelding: Pexels

Pin It on Pinterest