Bio-kunstenaar Jalila Essaïdi kan van 15 kilo koeienpoep 1 kilo hoogwaardig textiel maken. Daarmee lost ze het mestprobleem op en weet ze de katoenindustrie een oor aan te naaien. Ze won al diverse prijzen om deze stof – Mestic – te realiseren. Zal het storm lopen?

Midden in een bos bij Eindhoven, tussen een paar half vervallen bunkers, heeft een van de meest vernieuwende kunstenaars van deze tijd haar intrek genomen. Het terrein ziet er verlaten uit. Alleen het bordje ‘BioArt Laboratories’ verraadt bedrijvigheid. Hier werkt Jalila Essaïdi (38) met zo’n dertig getrouwen aan bijzondere uitvindingen. Ze heeft ontdekt hoe we het mestprobleem kunnen oplossen én weet ook hoe we de kledingindustrie kunnen verduurzamen. Eén oplossing voor twee van ’s werelds meest vervuilende industrieën.

“Eén koe produceert al gauw 27 duizend kilo mest per jaar. Voor een kledingstuk van 150 gram heb je maar iets meer dan 2 kilo mest nodig. Dat zijn ongeveer 13 duizend kledingstukken per koe per jaar.”

In het lab zal Essaïdi haar Mestic, zoals ze de textiel van koemest noemt, verder ontwikkelen. “We hebben laten zien dat het mogelijk is om van koeienpoep hoogwaardig textiel te maken. De volgende stap is bewijzen dat dit ook op grote schaal kan. Want als je écht het verschil wilt maken, moet je opschalen. Dat is ons doel.” Maar hoe komt een bio-kunstenaar eigenlijk in de textielindustrie terecht? “Eerlijk gezegd heb ik niet zo veel met kleding”, zegt Essaïdi. Ze lacht. “Toen ik met dit project begon, wist ik niet dat die industrie zo ontzettend vervuilend was. Het was een eyeopener.”

 

Mestprobleem

Voor een heel ander project voerde ze acht jaar geleden op het provinciehuis in Den Bosch gesprekken. Ze raakte in discussie over het mestprobleem in het algemeen. “De provinciemedewerker zei: ‘Als jij daarvoor een oplossing weet, dan helpen wij jou’. Het was bedoeld als grapje, maar ik dacht meteen: een uitdaging, leuk!” Een paar dagen later stond ze met een emmertje op de stoep bij boer Hans Huijbers in Wintelre. Of hij wat mest voor haar had? De maanden daarop experimenteerde ze ermee in haar lab. “Mest is opgebouwd uit laagjes, als een soort lasagne. Ik heb die ontleed. Wat opviel was het hoge droge cellulosegehalte. Dat is een stof die voorkomt in natuurlijke vezels. Denk aan katoen, lyocell (houtpulp) en bamboe. Bij elk laagje keek ik naar een mogelijke toepassing.”

“Als je een shirtje van Mestic koopt, hoef je echt niet bang te zijn dat je de hele dag in een vieze lucht loopt. Door het verwerkingsproces verdwijnen alle geurtjes.”

Het maken van de pulp, de basis van de stof, bleek eigenlijk het minste werk. “De meeste tijd zat in mijn zoektocht naar een spinnerij in de buurt. In Nederland was er geen te vinden. Bijna alle industrie zit inmiddels in China, India en Indonesië. Gelukkig vonden we toch nog een kleine spinnerij in Duitsland.”

Hoe was het om de eerste draden uit de machine te zien komen? “Onwerkelijk. Nee, ge-wel-dig. Het eerste stukje draad heb ik in een doosje gestopt”, zegt Essaïdi.

Nog geen jaar nadat ze met het emmertje poep het erf van de boer had verlaten, lag er een collectie van tien stuks die ze met een groep naaisters en ontwerpers heeft ontwikkeld: waaronder een blauwwit gevlochten jurk, een blauwe tuniek en een witte cocktailjurk.

De collectie reist nu de wereld over, musea kijken of ze die willen tentoonstellen. Essaïdi laat een blauwwit gevlochten jurkje zien. De stof is dik en zacht, nauwelijks van katoen te onderscheiden. Hoe het ruikt? Nergens naar. “Als je een shirtje van Mestic koopt, hoef je echt niet bang te zijn dat je de hele dag in een vieze lucht loopt. Door het verwerkingsproces verdwijnen alle geurtjes.” Hoe het eruit ziet? Exclusief.

 

Niet iedereen kan wennen aan het idee om iets op de huid te dragen dat is gemaakt van koeienpoep. Zo legde ze haar ideeën voor aan grote merken zoals H&M en Gucci. “Sommige zeiden: ‘We willen je materiaal graag gebruiken omdat het tegen marktwaarde te produceren is, maar we vertellen het niet aan de consument, want we vinden het een smerige gedachte’.” Essaïdi vond die gesprekken verhelderend. “Ik zie de hele transformatie: van de uitwerpselen tot een lap stof. Het heeft met beeldvorming te maken, want je kunt je afvragen of het productieproces van polyester, acryl en nylon, waar tegenwoordig bijna alle kleding van wordt gemaakt, zo schoon is.”

Hoge opbrengst

Ze is niet de enige die bezig is met de ontwikkeling van duurzaam textiel. Tegenwoordig wordt ook stof gemaakt van paddenstoelen, ananasbladeren en ander gft-afval. Wat maakt haar product anders? “Het verschil zit hem in de opbrengst”, legt ze uit. “Eén koe produceert al gauw 27 duizend kilo mest per jaar. Voor een kledingstuk van 150 gram heb je maar iets meer dan 2 kilo mest nodig. Dat zijn ongeveer 13 duizend kledingstukken per koe per jaar. Zo’n hoge opbrengst haal je niet uit ananasbladeren.”

“Er is zóveel mest dat het de gehele houtpulp- en katoenindustrie zou kunnen vervangen.”

Hoeveel duurzamer een mest-shirt ten opzichte van een T-shirt van katoen of polyester is, kan ze nog niet zeggen. “Dat kunnen we pas onderzoeken als we op grote schaal produceren. Het mooie aan onze methode is dat we produceren onder minder hoge temperaturen en zonder zware chemicaliën. Bovendien halen we de productiechemicaliën uit de mest zelf, en die gebruiken we steeds opnieuw. De grootste milieuwinst zit hem in het feit dat mest een restproduct is, terwijl katoen en polyester nieuwe grondstoffen zijn, die bovendien steeds schaarser en dus kostbaarder zullen worden.”

Kan koeienpoep die concurrentie aan? “Ik denk het wel”, zegt ze. “Er zit minder cellulose in mest dan in katoen, maar er is zóveel mest dat het de gehele houtpulp- en katoenindustrie zou kunnen vervangen. En het is overal. In Europa zal de veestapel misschien iets krimpen, maar in India en China groeit die. Mijn droom is om wereldwijd fabrieken te hebben die de koeienpoep omzetten: van draad tot stof.”

 

Klaar voor koeienpoep?

Terwijl we over het terrein en door de bunkers lopen vertelt ze over de toekomstplannen: er komen een hybride laboratorium, een expositieruimte en een experimentele hortus botanicus. Alles zelfvoorzienend. De eerste zonnepanelen liggen al op het dak. “De installaties voor de mestverwerking komen in januari. Dan hebben we een jaar de tijd om te laten zien dat we Mestic kunnen opschalen.”

Hoe gaat ze al dat onderzoek financieren? “Het prijzengeld voorziet in die kosten. In 2017 deed ik mee aan de Global Change Award, een innovatiewedstrijd van de H&M Foundation, en kreeg ik naast begeleiding om Mestic verder te ontwikkelen een geldbedrag van 150 duizend euro.” Ook nam ze deel aan de Chivas Venture, een internationale competitie voor sociale en duurzame ondernemers en won de tweede prijs van 200 duizend dollar.

Ze is ervan overtuigd dat het gaat lukken. “Het ergste wat kan gebeuren is dat we er een paar jaar langer over doen.” Is de industrie wel klaar voor textiel van koeienpoep? “Uiteindelijk gaat het gewoon om geld. Daarom is het ook noodzakelijk dat je in grote hoeveelheden produceert. De bedoeling is om tegen of zelf iets onder de marktwaarde te zitten. Daar zit ’m straks de prikkel”, aldus Essaïdi.

Dit bericht verscheen eerder op OneWorld

Foto’s: Niels Blekemolen

Pin It on Pinterest