Duurzame doelen stellen is goed, maar doelen behalen is nog beter. Toch is dat soms best lastig. Waar begin je? En hoe houd je het vol? Zero waster Jessie Kroon (23) laat je zien hoe je, zonder moedeloos of gillend gek te worden, zelf kunt bijdragen aan het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. In dit artikel laat Jessie zien waarom spullen stiekeme energie- en watervreters zijn.

BLOGSERIE – Ons huis staat vol met opbergdozen, onze telefoon wordt ieder jaar ingeruild voor zijn of haar jonge broertje en voor dat ene feestje halen we een actiedoos vol glitters, decoraties en ballonnen voor minder dan de prijs van een biertje. Kan dat eigenlijk wel?

Ik ben opgegroeid in een dorp, waar ‘een dagje naar die ene hele goedkope winkel’ het leukste en meest bijzondere uitje was. Je kwam er binnen met een onschuldig leeg mandje en liep naar buiten met een overvolle winkelwagen (de mandjes waren nooit groot genoeg) vol schrijfblokken, opbergdozen, instant noodles, bandenplaksetjes en kussenslopen. Bij de kassa viel het totale bedrag van jouw zorgvuldig bij elkaar gehamsterde assortiment toch altijd een beetje tegen. Maar door het bedrag door het áántal spullen te delen kon je met een voldaan gevoel de winkel uitlopen. Consumeren het doel? Nee joh, consumeesten!

Jessie Kroon is zero waster (maakt sinds 2014 geen afval meer), blogger (www.emmajohn.nl) en freelance communicatieadviseur. Ze is ervan overtuigd dat duurzaam leven ook heel leuk, makkelijk en stijlvol kan zijn en is vastbesloten om met haar duurzame (plasticvrije) lifestyle de wereld te redden. Voor SDG Nederland blogt ze over wat je zelf kunt doen voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. © Kimberley Helmendag voor Plasticdieet

Het knagende hamstergevoel

Ik ga niet liegen; dit was ook één van mijn favoriete uitstapjes. Totdat ik steeds meer verhalen hoorde over slechte arbeidsomstandigheden, weekmakers en chemicaliën in producten en enorme afvalbergen met afgedankte artikelen. In SDG 12 staat dit als volgt omschreven: “onze productie moet schoner: het doel is om chemicaliën en ander afval in de lucht, water en bodem te verminderen. De bedoeling is om de hele keten bewust te maken van de problemen en te laten meehelpen bij de oplossingen. Van boer tot supermarkt, tot gemeentes, waterbedrijven en uiteindelijk de consument: zorg dat iedereen voldoende informatie heeft over een groene levensstijl.” Het hamsteren van goedkope spullen begon langzaam maar zeker een beetje te knagen: ik wilde meer weten. Mijn online onderzoek leverde alleen niet veel op: de goedkope ketens zijn niet transparant over hun productie of fabrieken en kritische artikelen worden al snel aangevuld of overschaduwd door mooiere verhalen van de retailer zelf, die niet alleen CEO maar ook SEO-proof zijn. Wat wél meteen duidelijk werd: wanneer iets goedkoop is, koop je automatisch meer.

De magische 5xR-formule

Tijdens het ontwikkelen van een zero waste lifestyle besloot ik niet drastisch alle ketens uit mijn leven te bannen. Eigenlijk ging dat vanzelf. Net zo belangrijk als kijken wáár al je spullen vandaan komen, is namelijk het kijken wáárom je de spullen überhaupt moet hebben. Met een hippe term kun je het minimalisme noemen, maar als je me een beetje kent weet je dat ik écht geen minimalist ben. De zero waste gedachte gaat uit van de ‘omgekeerde piramide van de 5 R’s: refuse, reduce, reuse, recycle, rot. Let op: in die volgorde.

Door het aanhouden van deze piramide kun je verrassend eenvoudig en op een natuurlijke manier consuminderen. Als je tijdens een bezoekje aan een retailer bijvoorbeeld in de verleiding wordt gebracht om dat ene pakje met gekleurde wegwerprietjes te kopen kun je simpelweg denken “Kan ik het ook weigeren?”. Dat is helemaal niet erg, want we hebben eigenlijk al veel te veel spullen. Onderzoek van CE Delft (voor het boek ‘De Verborgen Impact’ van Babette Porcelijn) toont aan dat spullen in een Nederlands huishouden gemiddeld zelfs de meeste milieu-impact veroorzaken.

Kies voor oneindige kwaliteit

Indien het antwoord nee is (wanneer je bijvoorbeeld je smoothie liever met een rietje wilt drinken), ga je een stapje verder in de piramide: kan ik de hoeveelheid verminderen (dus één herbruikbaar exemplaar in plaats van een doos vol wegwerpproducten)? Kan ik het direct hergebruiken (dus zonder extra energie- of grondstoffen nodig te hebben voor het hergebruik)? En is het uiteindelijk eventueel te recyclen? Op deze manier kom je bij (natuurlijke) materialen uit die automatisch vaker herbruikbaar en van betere kwaliteit zijn: een herbruikbaar RVS-, bamboe of glazen rietje bijvoorbeeld.

Spullen kopen is verloren energie

In SDG 12 over duurzame consumptie en productie, staat dat we moeten zorgen voor duurzaam beheer en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Zo moet het gebruik van vervuilende energiebronnen worden teruggeschroefd, want ondanks de technologische vooruitgang zullen OESO-landen naar schatting nog 35 procent meer energie verbruiken in 2020. Voor goedkope producten worden vaak inefficiënte productietechnieken gebruikt en voor wegwerpproducten moeten fabrieken blijven produceren. Wanneer je voor kwalitatieve en herbruikbare producten kiest, zorg je dus automatisch voor minder vervuilende energie. Bovendien moet volgens doel 12 in 2030 de afvalproductie aanzienlijk zijn beperkt. Via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik en moeten we zorgen dat het kleine percentage aan drinkwater dat er is – maar drie procent van de wereldwatervoorraad is zoet water – minder vaak vervuild en verspild wordt. Spullen veroorzaken 13 procent van ons waterverbruik, dus de oplossing lijkt simpel: de beste manier om duurzaam te consumeren is door te consuminderen.

Foto: Jessie Kroon

Pin It on Pinterest