Dweilen met de kraan open, daarvan snapt iedereen dat het geen zin heeft. Datzelfde geldt ook voor ontwikkelingssamenwerking: met de ene hand geven en met de andere hand weer nemen is verspilde moeite en niet effectief. En toch gebeurt dit nog te vaak in de wereld. Martine Rutten, beleidsadviseur bij Bureau Internationale Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, pleit daarom voor een actiegerichte aanpak waarbij hulp en beleid op andere terreinen hand in hand gaan om de SDGs te bereiken.

BLOG – De agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling vormt een ambitieuze wereldagenda met zeventien allesomvattende doelen (SDGs), die voor én door iedereen moeten worden behaald. In ontwikkelingslanden zijn de uitdagingen nog altijd het grootst. Eén op de vijf mensen leeft er in extreme armoede. Ook ondervinden juist deze landen de gevolgen van klimaatverandering. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden is naar schatting 2 tot 5 biljoen euro nodig, en dat is veel geld. Voor de armste landen blijft hulp een belangrijke financieringsbron, maar dat is bij lange na niet voldoende. Het is vooral nodig dat knelpunten die niet op het terrein van ontwikkelingssamenwerking liggen, worden aangepakt – zoals op het gebied van handel en belastingen – die ontwikkelingslanden belemmeren bij de financiering en realisatie van de SDGs.

Nederland loopt voorop

Martine Rutten, beleidsadviseur bij Bureau Internationale Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Nederland heeft in 2016 een actieplan opgesteld voor, zoals dat zo mooi heet, ‘beleidscoherentie voor ontwikkeling’, waarin het zich op acht terreinen inzet voor de belangen van ontwikkelingslanden: handel, investeringen, toegang tot medicijnen, belastingontwijking, duurzame waardeketens, kosten van geldovermakingen, klimaatverandering en voedselzekerheid. Op deze thema’s heeft Nederland doelen vastgesteld (gekoppeld aan de SDGs) en voert het concrete acties uit om deze doelen te bereiken. Hierover wordt jaarlijks gerapporteerd aan de Kamer, ook dit jaar weer. Nederland loopt hiermee internationaal voorop, zoals de OESO constateert in het onlangs afgelegde DAC-examen.

Zo is er bijvoorbeeld dankzij samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven in 2016 een medicijn op de markt gebracht voor de behandeling van tuberculose bij kinderen. Op het gebied van voedselzekerheid heeft de EU, mede dankzij invloed van Nederland, in 2016 besloten dat plantenmateriaal altijd vrij mag worden gebruikt voor het ontwikkelen en verkopen van nieuwe rassen. Dit is van groot belang voor kleine boeren in ontwikkelingslanden en de productie van voedsel wereldwijd. En om waardeketens te verduurzamen zijn er in 2016 en 2017 afspraken gemaakt tussen overheid, bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties over fatsoenlijk zakendoen en eerlijk produceren en consumeren, onder andere in de convenanten Duurzame Kleding en Textiel, en Goud.

Nog veel te doen

Maar we zijn er nog niet. Zo is blijvend aandacht nodig voor het voorkomen van bepalingen in EU handelsverdragen met ontwikkelingslanden, die toegang tot medicijnen kunnen beperken. Ook lukt het de EU en verschillende regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan maar niet om nieuwe handelsverdragen af te sluiten. Vooral met verschillende Afrikaanse landen lopen de onderhandelingen stroef. Dat is een gemiste kans om de handelsrelaties met deze landen te stoelen op solide afspraken en die te combineren met EU-hulp om de handelscapaciteit van Afrikaanse landen te versterken, zoals wegen, goed werkende douanes, het voldoen aan productstandaarden en ga zo maar door. Nederland heeft zich overigens ingespannen om de akkoorden die op tafel lagen ontwikkelingsvriendelijk te maken maar er is meer nodig. Je kunt in het algemeen eigenlijk pas zeggen dat als de SDGs behaald zijn, we tevreden kunnen zijn over onze inspanningen. En daar zijn we nog lang niet.

193 landen in de wereld hebben zich gecommitteerd om de SDGs op een coherente wijze te implementeren (daar is zelfs een apart doel aan gewijd: 17.14, beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling versterken). Het is nu tijd dat deze mooie woorden worden omgezet in daden. Alle betrokken partijen zouden concrete acties moeten uitvoeren om er daadwerkelijk voor te zorgen dat economische, sociale en milieubelangen hand in hand gaan, rekening houdend met toekomstige generaties en de belangen van andere, met name ontwikkelingslanden. Alleen zo komen de SDGs in zicht.

Pin It on Pinterest