Ruim twee jaar geleden zijn de Sustainable Development Goals (SDGs) door de Verenigde Naties aangenomen. Toch is er vooral binnen de politiek nog weinig aandacht voor de doelen. Building Change heeft daarom Kamerleden gevraagd een doel te adopteren. In deze interviewserie hoort SDG Nederland redacteur Caius Nijstad de Kamerleden uit over ‘hun’ doel: welke rol speelt de politiek in het bereiken van de SDGs, wat gebeurt er al, en wat kan beter? In deze editie vertelt Carla Dik-Faber van de ChristenUnie over haar doel: duurzame consumptie en productie.

Waarom doet u mee?

Voor mij als christen zijn gerechtigheid en rechtvaardigheid kernbegrippen. We halen grondstoffen uit de aarde, gebruiken die en gooien ze weg, in plaats van circulair te werken. Earth overshoot day ligt nu in augustus: dan hebben we alle natuurlijke rijkdommen verbruikt die de aarde in een jaar tijd kan produceren. We leven van augustus tot december op de ecologische pof, de aarde kan zich daarvan niet herstellen. Dat is onrechtvaardig, ook naar de volgende generatie.

Hoe kunnen we dat onrecht tegengaan?

Naast gerechtigheid en rechtvaardigheid is barmhartigheid belangrijk. Je moet je ontfermen over naasten die het minder hebben. De manier waarop jij leeft, heeft invloed op de levensomstandigheden van je naasten. Als politicus kan ik de overheid op het goede spoor zetten, met een duurzaam inkoopbeleid kan de overheid het goede voorbeeld geven. En door aandacht te vragen voor de SDGs hoop ik dat we mensenlevens veranderen. De aarde is ‘ons gemeenschappelijk huis’, zoals Paus Franciscus het zo mooi omschrijft. Als we niet goed voor de aarde zorgen, gaat het met de bewoners ook niet goed. Ik  wil dat mijn kinderen en kleinkinderen het net zo goed hebben als ik.

Onderdeel van de campagne is door een SDG bril kijken, wat ziet u dan?

Voedselverspilling is een belangrijk thema. In Nederland wordt veel voedsel niet opgegeten, bijvoorbeeld vanwege kwaliteitseisen van supermarkten: wat niet rond of recht genoeg is, wordt weggegooid. Tegelijkertijd zijn er mensen die honger hebben, die probeer ik te verbinden met voedselbanken. In ontwikkelingslanden komt voedselverlies voor: daar zijn oogsten soms niet meer eetbaar wanneer ze op de markt terecht komen. Het is zonde om zo’n groot deel van de voedselproductie verloren te laten gaan: dat is verspilling van water en grondstoffen.

Duurzaamheid gaat over planet, people en profit, waar ligt de balans tussen die drie?

Die balans is momenteel zoek. Onze agrarische sector zit vast in een economisch systeem dat vooral oog heeft voor profit. Op die manier komen de boeren in de knel, en uiteindelijk de hele planeet. Wij vinden dat boeren meer oog moeten hebben voor de maatschappelijke belangen, zoals natuurvriendelijkheid en biodiversiteit, maar ook een eerlijke prijs voor hun producten moeten krijgen.

Boer en burger verbinden biedt kansen. Dan beseffen mensen dat die bloemkool ergens is geproduceerd en dat daar moeite voor is gedaan; dan willen ze gerust een kwaliteitsprijs betalen. Ik heb ook vertrouwen in het nieuwe Europese landbouwbeleid dat meer rekening houdt met verduurzaming en regionalisering van de voedselproductie, maar ook inzet op een eerlijke prijs voor boeren. Zo repareer je het huidige economische systeem.

Nemen consumenten en supermarkten hun verantwoordelijkheid voor duurzame consumptie?

Burgers willen steeds vaker duurzaam consumeren en willen weten wat ze eten, maar kiezen in de supermarkt vervolgens niet voor producten met een eerlijke prijs. Met kortere voedselketens wordt dat makkelijker. Nu wordt voedsel over lange afstanden versleept, dat kost geld. Als je de ketens korter maakt gaat er minder geld naar de schakels en hoeft voedsel uiteindelijk ook niet duurder te worden wanneer je boeren een eerlijke prijs geeft.

Is de Nederlandse landbouw duurzaam genoeg?

Het kan altijd beter. Op veel plekken in Nederland is de waterkwaliteit nog niet goed genoeg, er is maatschappelijk ongemak over gewasbeschermingsmiddelen en burgers – niet de consument – maken zich zorgen over dierwelzijn. Een boer produceert in een maatschappelijke context en zal zich daar iets van moeten aantrekken om zijn licence to produce niet te verliezen.

Welke concrete plannen heeft u om dit doel te promoten?

De EU moet boeren subsidiëren die maatschappelijk verantwoord produceren. En in de verbinding tussen boer en burger ligt de sleutel voor het verduurzamen van land- en tuinbouw. Het agrarisch onderwijs moet ervan doordrongen raken dat steeds meer produceren voor een zo laag mogelijke prijs, niet volhoudbaar is. Ik hoop dat de nieuwe generatie boeren dat leert, en juist hen willen we steunen. Wij staan bijvoorbeeld achter het bedrijfsovernamefonds dat in het regeerakkoord wordt genoemd: zo’n fonds biedt jonge boeren perspectief om een bedrijf over te nemen.

Wat doet u om dat te versterken?

Door het gesprek aan te gaan probeer ik verbindingen te leggen. Wij staan als partij voor de agrarische sector en de boeren, én voor duurzaamheid en zorg voor de schepping. De afgelopen jaren hebben die te vaak tegenover elkaar gestaan. Maar boeren zijn ook afhankelijk van de natuur, van het weer, milieuomstandigheden en biodiversiteit.

Wat zijn momenteel de grootste struikelblokken in Nederland?

Er is onbegrip tussen natuurorganisaties en boeren, en er is onbegrip van de consument over hoe ons voedsel wordt geproduceerd. Ik wil dat boeren een stevige positie krijgen in de keten. Ik sprak een boer met 30.000 kippen; hij wil gerust de helft van zijn kippen wegdoen, als hij voortaan het dubbele voor zijn product krijgt. Dat is fair, hij moet ook zijn gezin onderhouden. Boeren willen duurzamer produceren, maar je moet ze wel de mogelijkheden daartoe geven.

Ziet u in mobiliteit nog kansen?

Jazeker, daar is ontzettend veel te winnen qua duurzaamheid. In het regeerakkoord is opgenomen dat na 2030 alleen elektrische auto’s worden verkocht. Maar de auto-industrie werkt niet mee. We zijn afhankelijk van Europese besluitvorming en buitenlandse autoproducenten. In de energietransitie zijn wij een achterblijver, maar we zien daar nu vooruitgang. In het regeerakkoord wordt ook CO2-beprijzing voorgesteld: dat zal het instrument worden om alles dat invloed heeft op klimaatverandering eerlijk te beprijzen. Kolencentrales worden uit de markt gedrukt wanneer de uitstoot van centrales wordt beprijsd. De vervuiler betaalt, dat is een belangrijk principe waar we niet genoeg naar hebben geleefd.

Zijn de doelen in 2030 gehaald?

Ik denk dat we een heel eind op weg zijn, zeker in het Westen. De technologie en het geld zijn er, dus je kan niet uitleggen aan volgende generaties dat je de doelen niet gehaald hebt. We moeten het gewoon doen.

Foto: Anne Paul Roukema

Pin It on Pinterest