Ruim twee jaar geleden zijn de Sustainable Development Goals (SDGs) door de Verenigde Naties aangenomen. Toch was er voor de SDGs nog weinig aandacht in de Nederlandse politiek. Building Change heeft daarom Kamerleden gevraagd een doel te adopteren. In deze interviewserie hoort SDG Nederland redacteur Caius Nijstad de Kamerleden uit over ‘hun’ doel: welke rol speelt de politiek in het bereiken van de SDGs, wat gebeurt er al, en wat kan er beter? Maarten Hijink van de SP vertelt over zijn doel: Duurzame innovatie en infrastructuur.

Waarom doet u mee en wat wilt u hiermee bereiken?

“Ik vind het belangrijk dat er universeel een pakket van doelen ligt waar mensen het over eens zijn. Dat is een hele prestatie. Het was moeilijk om er één te kiezen, want andere doelen passen ook bij mij. Ik heb er een uitgepikt maar je moet de doelen als collectief omarmen, omdat ze allemaal belangrijk zijn.”

Onderdeel van de campagne is door een SDG bril kijken, wat ziet u door die bril?

“Laatst hadden we een discussie met minister Kaag hadden over de UN binding treaty. Binnen de VN spreekt men over hoe ze bedrijven mensenrechten laat meenemen in hun productie. In Nederland hebben we nu convenanten om bijvoorbeeld de productie van kleding eerlijker te maken en komt maatschappelijk verantwoord ondernemen op. Het is heel spannend dat de VN kijkt of er internationale wetten gemaakt kunnen worden waar bedrijven zich aan moeten houden zodat er geen mensenrechten worden geschonden en dat men duurzaam produceert. Daar zetten op in dat is een hele brede koppeling aan de SDGs.”

Een Binding Treaty is een formeel verdrag tussen landen. Zodra een land akkoord is met het verdrag is het land gebonden aan de internationale wetten die in het verdrag staan.

Wat vindt u van die convenanten, zoals het convenant duurzame kleding en textiel?

“Ja dat is een heel goed voorbeeld. Ik snap het idee van die convenanten, maar het blijft een vorm van zelfregulering. Daar heb ik niet zo veel vertrouwen in, want er zit altijd een prikkel om niet mee te doen. Binnen een convenant hoef je je namelijk niet aan de afspraken te houden, terwijl het helemaal niet zo moeilijk is om te zeggen ‘dit is de wet, hou je er aan’. Hoe kun je als kledingproducent niet uitleggen waar jouw product vandaan komt? Dat is toch onvoorstelbaar. Wat voor bedrijf heb je dan? Je producten moeten traceerbaar zijn en je moet kunnen zeggen waar ze zijn gemaakt en onder welke omstandigheden.”

Welke rol ziet u voor jongeren in innovatie?

“We hebben een beleid dat gericht is op topsectoren zoals multinationals, watermanagement en de agrarische sector. Veel jongeren zitten nu in hun garage aan iets moois te knutselen wat nog niet bestaat. Hoe vinden we die jongeren? Dat vind ik een hele belangrijke uitdaging. De overheid moet een veel actievere rol hebben in het aanjagen van die innovatie, bijvoorbeeld via universiteiten en hogescholen. In plaats van subsidies geven aan het bedrijfsleven, moeten we als overheid die jongeren stimuleren. Ik zag laatst bijvoorbeeld een apparaatje voor nierdialyse waardoor mensen zelf thuis kunnen dialyseren en niet meer naar het ziekenhuis hoeven. Dat wordt gemaakt door een paar jonge gasten en gefinancierd door hun opleiding, dat is fantastisch. Je moet die jonge mensen in de smiezen hebben en financieren. Dat gaat niet gebeuren zolang wij geld pompen in sectoren waarvan we weten dat ze zichzelf kunnen redden.”

Heeft u concrete plannen om daaraan bij te dragen?

“We bespreken binnenkort in de Tweede Kamer de begroting van Economische Zaken. Daar gaan we dit soort voorstellen doen. Ik weet niet precies wat haalbaar is. In het buitenland zou ik willen dat we qua ontwikkelingsbudget ook deze kant op gaan. Ik was laatst in Libanon en daar zitten veel jongeren die hele gave producten ontwikkelen. Iemand had aan appels een vliesje toegevoegd om de appel te conserveren. Zo blijft de appel schoon en langer houdbaar. Het vliesje is biologisch afbreekbaar, doorzichtig en flinterdun. Deze jongeren krijgen nu een subsidie vanuit de Nederlandse overheid, dat helpt hen direct om een bedrijf te starten.”

Ziet u struikelblokken voor het verduurzamen van innovatie en infrastructuur?

“Zeker, een groot probleem is dat wereldwijd honderden miljarden worden besteed aan subsidies voor de fossiele industrie. Dat is veel meer dan er naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Het is een heel raar idee dat je als overheid enerzijds heel veel geld pompt in het klimaatbestendig maken van landen, terwijl je de industrie die gedeeltelijk verantwoordelijk is voor die ellende subsidieert. Dat geld moet  ten goede komen aan duurzame projecten. Nu is dat vaak een druppel op een gloeiende plaat en kun je niet met het geld van ontwikkelingssamenwerking fundamentele problemen oplossen. Het uitlokken van extra autogebruik is ook een probleemt. Zodra dat je een driebaans snelweg gaat uitbouwen is dat een open uitnodiging naar mensen om de auto te pakken. Als de files niet langer worden dan worden ze wel breder. Dus voor welk probleem is dat dan een oplossing?”

Wat gaat er gebeuren als uw adoptieperiode voorbij is?

“De SDGs moeten onderdeel zijn van alles wat je hier doet in de Tweede Kamer. Ze moeten ook passen bij wie je als partij bent en wie je als volksvertegenwoordiger bent. Of ik nou de begroting voor Buitenlandse Zaken of ICT en innovatiebeleid doe, ze horen allemaal in je achterhoofd te zitten. Je moet het onderdeel maken van je denken.”

Denkt u dat de SDGs in 2030 zijn gehaald?

“We halen ze ongetwijfeld niet allemaal. Maar ik denk wel dat tegen die tijd goede stappen zijn gemaakt. Ik hoop dat landen in ontwikkeling niet dezelfde  fouten maken die in het Westen zijn gemaakt. Zoals vervuiling en het in stand houden van mensonterende toestanden, door bijvoorbeeld het werken voor een hongerloon of kinderarbeid in de kledingindustrie. Wij als westerse samenleving moeten de stap maken naar eerlijke handel en over onze eigen drang om te profiteren heenstappen. Als je dat kan doen, kan je grote stappen zetten.”

Foto: Wiebe Kiestra

Pin It on Pinterest